ECLI:NL:GHSGR:2003:AO1828
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Premieplicht volksverzekeringen bij opeenvolgende dienstbetrekkingen in het buitenland
Belanghebbende was in 1999 werkzaam als technicus-stuurman en had in de periode 1 januari tot 30 juni 1999 twee opeenvolgende dienstbetrekkingen: eerst bij een Nederlandse werkgever, daarna bij een buitenlandse werkgever. Van 10 april tot 30 juni 1999 werkte hij feitelijk in Brazilië voor de Nederlandse werkgever. De Inspecteur stelde dat belanghebbende vanaf 1 juli 1999 niet premieplichtig was voor de volksverzekeringen. Belanghebbende betwistte dit en verwees naar artikel 12 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking verzekerden volksverzekeringen 1999 en een brief van de Belastingdienst.
Het hof oordeelde dat de brief van de Belastingdienst niet zo uitgelegd kan worden dat belanghebbende niet premieplichtig zou zijn in de periode 10 april tot en met 30 juni 1999. Het hof stelde vast dat de premieplicht wordt bepaald aan de hand van Nederlandse wet- en regelgeving en dat de Inspecteur het standpunt na ambtshalve vermindering van de aanslag op een juiste wijze heeft ingenomen. De aanslag werd verminderd tot ƒ 7.117.
Het hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak van het hof vernietigde de bestreden uitspraak en bepaalde de premieplicht voor de volksverzekeringen in de betreffende periode.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag premie volksverzekeringen tot ƒ 7.117.