ECLI:NL:GHSGR:2003:AO1802
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van den Wildenberg
- Kok
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Bescherming bij het aangaan van huwelijksvoorwaarden en vormvereiste artikel 1:115 BW
In deze zaak stond centraal of partijen gebonden waren aan een overeenkomst tot het aangaan van huwelijksvoorwaarden die niet notarieel was vastgelegd volgens artikel 1:115 BW Pro. Het hof bevestigde dat ook een dergelijke overeenkomst aan het dwingendrechtelijke vormvereiste is gebonden, waardoor de vrouw niet aan die overeenkomst was gehouden.
Het hof onderzocht of sprake was van een wilsgebrek bij de vrouw bij het opstellen van de akte van huwelijksvoorwaarden. Geconstateerd werd dat de man, een ervaren notaris, de conceptakte had opgesteld en dat de vrouw onvoldoende was voorgelicht over de vermogensrechtelijke consequenties. De vrouw had geen nadere onderzoeksplicht, terwijl de man gehouden was haar objectief te informeren.
De handelswijze van de man werd als hoogst onzorgvuldig beoordeeld. Het hof achtte aannemelijk dat de overeenkomst slechts bedoeld was om risico's van het ondernemerschap van de man te beperken en oordeelde dat er sprake was van een rechtens relevante dwaling. Ook een incidentele grief over bedrog en misbruik van omstandigheden werd verworpen. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat de vrouw niet gebonden is aan de overeenkomst tot het aangaan van huwelijksvoorwaarden wegens het ontbreken van de notariële vorm en dwaling.