ECLI:NL:PHR:2005:AT8238
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huwelijkse voorwaarden wegens dwaling en onzorgvuldige voorlichting door notaris-echtgenoot
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de geldigheid van huwelijkse voorwaarden die op 18 april 1986 zijn opgesteld. De vrouw stelde dat zij door haar echtgenoot, een kandidaat-notaris die later notaris werd, niet is geïnformeerd over de inhoud en gevolgen van de akte, en dat zij deze ondertekende in blind vertrouwen. De rechtbank oordeelde dat sprake was van dwaling omdat de vrouw niet kon verwachten dat de wijziging van het huwelijksgoederenregime haar nadelig zou treffen, mede gezien de goede relatie en haar zorg voor de kinderen.
Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de man als notaris een vertrouwensfunctie had en dat de vrouw geen onderzoeksplicht had. Het hof stelde dat de man de plicht had om de vrouw onpartijdig en volledig te informeren over de vermogensrechtelijke gevolgen, wat niet is gebeurd. Hierdoor was er sprake van een rechtens relevante dwaling en werd de akte vernietigd.
In cassatie werden de grieven van de man verworpen. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof over de dwaling en de bewijslastverdeling niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De vrouw hoefde niet te bewijzen dat zij de gevolgen niet kende; de man moest aantonen dat zij de akte kon overzien, wat niet is gelukt. De Hoge Raad bevestigde daarmee de vernietiging van de huwelijkse voorwaarden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vernietiging van de huwelijkse voorwaarden wegens dwaling en onzorgvuldige voorlichting.