ECLI:NL:GHSGR:2003:AN7612
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Koning
- Van Rijnberk
- Mos-Verstraten
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer grote hoeveelheid cocaïne met gevangenisstraf en geldboete
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van het binnenbrengen van een zeer grote hoeveelheid cocaïne in Nederland. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een wezenlijke rol had in het transport van de cocaïne, waarbij hij contact onderhield met aanbieders en medebelanghebbenden.
De bewijsvoering bestond uit observaties, tapgesprekken, en representatieve monsters van de cocaïne die door het NFI waren onderzocht. De verdediging voerde diverse bewijsverweren aan, waaronder onzorgvuldigheden in processen-verbaal en de representativiteit van de monsters, maar het hof verwierp deze verweren en achtte het bewijsmateriaal betrouwbaar en overtuigend.
Het hof oordeelde dat de verdachte strafbaar was voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De strafmotivering hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het hof legde een gevangenisstraf van zes jaar op, met aftrek van voorarrest, en een geldboete van €8.676, bij gebreke van betaling te vervangen door hechtenis.
Daarnaast verklaarde het hof diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd en onttrok het een voorwerp aan het verkeer. Andere voorwerpen werden aan de verdachte teruggegeven. De zaak werd behandeld in meerdere zittingen tussen april en oktober 2003 en het arrest werd uitgesproken op 17 oktober 2003.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en een geldboete van €8.676 wegens medeplegen van invoer van cocaïne.