ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0692
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Brauw
- Dupain
- Boele
- Rechtspraak.nl
Uitleg artikel 37 Wet op de telecommunicatievoorziening over kostenverdeling kabelverlegging
De zaak betreft een geschil tussen de Staat der Nederlanden en KPN over de kosten van het verleggen van telecommunicatiekabels in verband met de reconstructie van Rijksweg 32. KPN vorderde primair dat de Staat de kosten van verlegging draagt op grond van een circulaire uit 1926, subsidiair een schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen, en meer subsidiair op grond van artikel 37 Wet Pro op de telecommunicatievoorziening (Wtv).
De rechtbank wees de primaire en subsidiaire vorderingen af, maar kende gedeeltelijk het meer subsidiaire toe. Het hof vernietigt deze vonnissen voor zover het primair en subsidiair werd afgewezen en oordeelt dat artikel 37 lid 1 Wtv Pro inhoudt dat de concessiehouder alleen de kosten draagt indien de kabels liggen op grond van de gedoogplichtige die de werken uitvoert of laat uitvoeren. De werkzaamheden van Rijkswaterstaat op gronden van derden worden geacht te zijn uitgevoerd vanwege deze derden, die ook een gedoogplicht hebben.
Hierdoor is de Staat niet gehouden de kosten van kabelverlegging te vergoeden voor kabels op grond van derden. KPN wordt veroordeeld in de proceskosten. Het arrest bevestigt de uitleg dat de kostenverdeling afhankelijk is van de eigendom en de gedoogplicht, en dat de Staat niet aansprakelijk is voor kosten op grond van derden.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de Staat niet gehouden is de kosten van kabelverlegging te vergoeden voor kabels op grond van derden en veroordeelt KPN in de proceskosten.