ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9749
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tromp
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslagen accijns en brandstoffenbelasting op onveraccijnsde stookolie
Bij een controle aan boord van een tanklichter van belanghebbende werd een partij zware stookolie aangetroffen waarvan circa 10% geen fiscale herkomstbescheiden kon overleggen. De Inspecteur legde daarop naheffingsaanslagen in de accijns en brandstoffenbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar, stellende dat zij niet aan de verplichtingen van artikel 34, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns had voldaan en dat de aanslagen onterecht waren opgelegd.
Het hof oordeelde dat de stookolie onveraccijnsd was en dat belanghebbende niet kon aantonen dat de stookolie op juiste wijze in de heffing was betrokken. De naheffingsaanslagen waren daarom terecht opgelegd. Het hof verwierp de stellingen van belanghebbende dat de aanslagen aan een ander hadden moeten worden opgelegd, dat de Inspecteur gebonden zou zijn aan de werkwijze van de NOVE, of dat delen van de stookolie als restlading of zeilende voorraad niet in de heffing konden worden betrokken.
Ook werd geoordeeld dat belanghebbende onvoldoende feiten had gesteld om te concluderen dat de heffing in strijd was met het vertrouwens- of zorgvuldigheidsbeginsel of andere beginselen van behoorlijk bestuur. Het hof benadrukte dat het niet heffen van accijns bij belastingplichtigen het systeem van administratieve controle zou ondermijnen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslagen.