ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9633
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- De Brauw
- De Groot
- Boele
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tussenvonnis en terugverwijzing inzake uitleveringsverbod en plea-bargaining VS
In deze zaak vorderen geïntimeerden, leden van een stateloze familie, een verbod op uitlevering aan de Verenigde Staten wegens vermeende disproportionele vervolgingsdrang, onmenselijke bestraffing en schending van EVRM-rechten. De rechtbank had tussenvonnissen gewezen waarin de Staat werd gevraagd nadere inlichtingen te verstrekken over het plea-bargaining systeem in de VS, dat invloed kan hebben op de rechtsgang en de duur van voorlopige hechtenis.
De Staat ging in hoger beroep tegen deze tussenvonnissen en stelde onder meer dat de voorzieningenrechter ten onrechte het vertrouwensbeginsel terzijde had gesteld en dat de beoordeling van dreigende schendingen van artikel 6 EVRM Pro niet aan de rechter maar aan de minister toekomt. Het hof verwierp deze klachten en bevestigde het vertrouwensbeginsel dat uitgaat van eerbiediging van EVRM en IVBPR door de verzoekende staat.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende concrete aanwijzingen waren dat plea-bargaining in de VS leidt tot flagrante schendingen van het recht op een eerlijk proces, zodat het stellen van vragen over de duur en aard van de rechtsgang onterecht was. Gezien het ontbreken van volledige processtukken en aanvullende stellingen verwees het hof de zaak terug naar de voorzieningenrechter voor verdere behandeling.
De kosten van het hoger beroep werden aan geïntimeerden opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 10 juli 2003 door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof vernietigt de tussenvonnissen en wijst de zaak terug naar de voorzieningenrechter voor verdere behandeling.