ECLI:NL:GHSGR:2003:AF6927
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Sanders
- Tromp
- Otto
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onterechte aftrek
Belanghebbende, Y B.V., maakte deel uit van een fiscale eenheid en voerde in 1998 installatiewerkzaamheden uit voor A B.V. waarvoor zij facturen met omzetbelasting uitreikte. Na het faillissement van A B.V. ontstond discussie over de teruggaaf van de omzetbelasting die in de openstaande vorderingen was begrepen.
De Inspecteur stelde dat de werkzaamheden onder de verleggingsregeling vielen en dat de gefactureerde omzetbelasting onterecht was, waardoor naheffing op grond van artikel 37 Wet Pro OB gerechtvaardigd was. Belanghebbende voerde aan dat zij recht had op teruggaaf van de belasting en verwees naar beleidsregels en een arrest van het Hof van Justitie.
Het hof oordeelde dat de wettelijke bepalingen geen mogelijkheid bieden om de op grond van artikel 37 Wet Pro OB ontstane belastingplicht ongedaan te maken. De beleidsregel en het arrest konden niet tot een ander oordeel leiden, mede vanwege het faillissement van A B.V. en het risico van verlies van belastinginkomsten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Y B.V. tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.