ECLI:NL:GHSGR:2003:AF5809
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Savelbergh
- Rosier
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing winst uit aanmerkelijk belang bij verkoop winstbewijzen A BV
Belanghebbende had in 1996 zijn gewone en cumulatief preferente aandelen in A BV verkocht aan D NV, waarbij hij winstbewijzen behield die recht gaven op vrijwel het gehele economische belang en zeggenschap via prioriteitsaandelen in C BV. De Inspecteur stelde dat de winst uit de latere verkoop van deze winstbewijzen in 1997 moest worden belast als winst uit aanmerkelijk belang.
Belanghebbende voerde aan dat de winstbewijzen geen aanmerkelijk belang vormden omdat zij geen aandelen waren en dat de verkoop van de aandelen in 1996 een reële overdracht betrof. Het hof stelde vast dat de statuten en feitelijke zeggenschap wezenlijk bleven bij belanghebbende, en dat D NV geen reëel economisch belang had bij de aandelen zonder de winstbewijzen.
Het hof concludeerde dat de winstbewijzen in 1996 tot een aanmerkelijk belang behoorden en dat belanghebbende door het samenstel van rechtshandelingen zijn aanmerkelijk belang niet had ontdaan. Daarom was de winst uit de verkoop van de winstbewijzen in 1997 belastbaar als winst uit aanmerkelijk belang tegen het tarief van 25%. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de winst uit aanmerkelijk belang wordt belast tegen 25%.