ECLI:NL:GHSGR:2003:727

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
14 mei 2003
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
105.000.349/02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 233 Rv (oud)Art. 195 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming nieuwe medische deskundigen in zaak blootstelling gevaarlijke stoffen en werkgeversaansprakelijkheid

In deze civiele procedure tussen [appellant] en de Nederlandse Unilever Bedrijven B.V. gaat het om een geschil over werkgeversaansprakelijkheid in verband met blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Het hof verwijst naar een eerder arrest van 26 maart 2003 en meldt dat de toen benoemde deskundigen dr. M.M. Veering en dr. J.M.M. van den Bosch hun benoeming niet kunnen aanvaarden vanwege onvoldoende deskundigheid op het gebied van respectievelijk het organisch psychosyndroom en arbeidsgerelateerde aandoeningen.

Het hof besluit daarom twee nieuwe deskundigen te benoemen: dr. G. Hageman, neuroloog, en dr. J. Rooyackers, longarts. Tevens stelt het hof vast dat [appellant] een aanvullend voorschot van € 850,- moet deponeren, nadat reeds € 3.600,- was gedeponeerd, om de werkzaamheden van de deskundigen te kunnen starten.

De procedurele instructies worden gegeven met betrekking tot de betaling en communicatie naar de deskundigen. De inhoud van het eerdere arrest van 26 maart 2003 wordt integraal herhaald en ingelast. Hiermee wordt de voortzetting van het deskundigenonderzoek in de zaak gewaarborgd.

Uitkomst: Het hof benoemt nieuwe medische deskundigen en bepaalt het voorschot voor hun werkzaamheden in de werkgeversaansprakelijkheidszaak.

Uitspraak

Uitspraak: 14 mei 2003
Rolnummer: 01/204
Rolnr. rechtbank: 2085/HA ZA 86-7147
Rolnr. Hoge Raad: C98/273HR
HET GERECHTSHOF TE ‘S-GRAVENHAGE, derde civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van
[appellant],
wonende te Gierle, België,
eiser,
hierna te noemen: [appellant],
procureur: mr. H.C. Grootveld,
tegen
DE NEDERLANDSE UNILEVER BEDRIJVEN B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: Unilever,
procureur: mr. H.J.A. Knijif.

Het geding

Verwezen wordt naar het door het hof in deze zaak gewezen arrest van 26 maart 2003.
Bij brief van 29 maart 2003 heeft de door het hof bij voornoemd arrest benoemde deskundige dr. M.M. Veering laten weten deze benoeming niet te kunnen aanvaarden, aangezien hij op het terrein van het organisch psychosyndroom onvoldoende deskundig is om tot een afgewogen oordeel te kunnen komen.
Bij brief van 1 april 2003 heeft de eveneens door het hof bij voornoemd arrest benoemde deskundige dr. J.M.M. van den Bosch laten weten dat hij niet beschikt over deskundigheid ten aanzien van arbeidsgerelateerde aandoeningen.

Beoordeling

1. Nu voornoemde deskundigen zich niet in staat achten, zal het hof een tweetal nieuwe deskundigen benoemen. In plaats van dr. M.M. Veering zal worden benoemd dr. G. Hageman. In plaats van dr. J.M.M. van den Bosch zal worden benoemd dr. J. Rooyackers.
2. Op de voet van artikel 233 (oud) Rv, thans artikel 195 Rv Pro, dient [appellant] het voorschot ter zake van de te benoemen medische deskundigen te deponeren, welke voorschotten door het hof zijn bepaald op een totaalbedrag van € 4.450,- (€ 2.500,- voor dr. Hageman, € 750,- voor dr. Rooyackers en € 1.200,- voor dr. Hulshof). Het reeds door [appellant] naar aanleiding van het arrest van 26 maart 2003 gedeponeerde bedrag ad € 3.600,- wordt hierop in mindering gebracht, zodat resteert te deponeren een bedrag van € 850,-.
3. Voor het overige verwijst het hof naar het arrest van 26 maart 2003, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast heeft te gelden.

Beslissing

Het hof:
- benoemt tot deskundigen:
• dr. G. Hageman, neuroloog, p/a Medisch Spectrum Twente, Postbus 50.000, 7500 KA Enschede;
• dr. J. Rooyackers, longarts, p/a Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen, Postbus 9001, 6560 GB Groesbeek;
- bepaalt dat de deskundigen hun werkzaamheden pas behoeven aan te vangen nadat [appellant] een bedrag van € 850,- als aanvullend voorschot ter griffie van dit hof heeft gedeponeerd door overmaking van dit bedrag op rekeningnummer 1923.25.795 van de Gerechten in het Arrondissement Den Haag onder vermelding van “aanvullend voorschot deskundigen inzake DikmanslUnilever, rolnummer hof 01/204” en de griffier de deskundigen daarvan op de hoogte heeft gesteld.