ECLI:NL:GHSGR:2002:AQ8807
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt aftrek fictieve rente bij vennootschapsbelasting ondanks buitenlandse belastingheffing
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1998 waarbij de Inspecteur de aftrek van ƒ 143.414 aan fictieve rente niet toestond. De fictieve rente betrof een lening van een aanmerkelijkbelanghouder woonachtig in België. De Inspecteur stelde dat de belastingheffing over deze rente niet naar Nederlandse maatstaven redelijk was, omdat in België geen belasting werd geheven en de Nederlandse heffing na toepassing van het belastingverdrag slechts 10% bedroeg.
Het Gerechtshof onderzocht de tekst en ontstaansgeschiedenis van artikel 10, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en concludeerde dat de woorden "loonbelasting en inkomstenbelasting" en "belasting naar het inkomen welke naar Nederlandse maatstaven redelijk is" nevenschikkend zijn. De wet vereist dus niet dat ook de Nederlandse inkomstenbelasting aan de redelijkheidstoets moet voldoen. De parlementaire geschiedenis en de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wezen niet op een zwaardere eis voor binnenlandse belastingheffing.
Het Hof achtte het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, waarbij de aanslag werd verminderd tot een belastbaar bedrag van € 1.512.341. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof 's-Gravenhage op 5 maart 2002.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar bedrag van € 1.512.341.