ECLI:NL:GHSGR:2000:AA8496

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
21 november 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2200511900 PO
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A. van Schellen
  • M. Dusamos
  • J. van Emde Boas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in auteursrechtzaak

In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage op 21 november 2000 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van de politierechter in de arrondissementsrechtbank te Rotterdam. De veroordeelde had hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van 27 augustus 1999, waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel was vastgesteld op f 2.600,-. De politierechter had de veroordeelde verplicht tot betaling van dit bedrag aan de Staat, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, mr. Renckens, die het hof verzocht het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op f 2.600,-. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor het opzettelijk aanbieden en ter verspreiding voorhanden hebben van auteursrechtelijk beschermd materiaal.

Tijdens de zitting in hoger beroep op 7 november 2000 heeft het hof de argumenten van de veroordeelde en zijn raadsman, mr. W.H. van Zundert, gehoord. Het hof heeft vastgesteld dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door de verkoop van videobanden en CD's, maar heeft ook rekening gehouden met eerdere vonnissen in kort geding die nog niet in kracht van gewijsde waren gegaan. Het hof heeft de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op de verkoop van 30 videobanden per maand gedurende 24 maanden en 30 CD's per maand gedurende 5 maanden.

Uiteindelijk heeft het hof geoordeeld dat er geen plaats meer was voor toewijzing van de vordering van het openbaar ministerie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof heeft het vonnis waarvan beroep vernietigd en de vordering van het openbaar ministerie afgewezen. De beslissing is genomen op basis van de artikelen 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest is uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. Kleijne.

Uitspraak

rolnummer 2200511900 PO
parketnummer 1010293498
datum uitspraak 21 november 2000
tegenspraak
GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE
meervoudige kamer voor strafzaken
ARREST
gewezen op het hoger beroep, ingesteld door de veroordeelde tegen de beslissing van de politierechter in de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 27 augustus 1999 in de ontnemingszaak tegen:
X
Procesgang
Bij arrest van dit gerechtshof van 21 november 2000, is de veroordeelde terzake van
'Van het opzettelijk voorwerpen waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat, openlijk ter verspreiding aanbieden en ter verspreiding voorhanden hebben zijn beroep maken"
veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 60 uren in plaats van de overwogen onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De politierechter in de arrondissementsrechtbank te Rotterdam heeft bij beslissing van 27 augustus 1999 het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op f 2.600,-, en aan de veroordeelde, ter ontneming van dat voordeel, de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van f 2.600,- , bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis.
De veroordeelde heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 7 november 2000.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaatgeneraal mr Renckens ertoe strekkende dat het hof het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststelt op f 2.600,-en aan de veroordeelde de verplichting
rolnummer 2200511900 PO 2
oplegt tot betaling aan de Staat van ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van f 2.600,-, bij gebreke van volledige betaling of volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen.
Tevens heeft het hof kennis genomen van hetgeen door de veroordeelde en diens raadsman mr W.H. van Zundert naar voren is gebracht.
Beoordeling van het vonnis
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Beoordeling van de vordering
Naar het oordeel van het hof heeft de veroordeelde tot het hierna te vermelden bedrag wederrechtelijk voordeel verkregen door middel van of uit de baten van het hierboven bedoelde strafbare feit. Op de vordering van het openbaar ministerie kan derhalve worden beslist op de wijze als hierna zal worden aangegeven.
Bewijsmiddelen
Het hof grondt zijn overtuiging dat de veroordeelde vorenbedoeld voordeel heeft verkregen op wettige bewijsmiddelen en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel.
De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.
Motivering- van de op te leggen maatregel
Het hof neemt als grondslag van de vordering in aanmerking het in de strafzaak onder parketnummer 1010293498 tegen de veroordeelde tenlastegelegde feit.
Uit de bewijsmiddelen leidt het hof het volgende af.
Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gaat het hof telkens uit van een winst van f 2,50 per videoband en f 2,- per CD.
Met betrekking tot de verkoop van videobanden
Gedurende 24 maanden heeft veroordeelde gemiddeld 30 videobanden per maand verkocht.
24 maanden * 30 videobanden * f 2,50 = f 1.800,-
Met betrekking tot de verkoop van CD's
Gedurende 5 maanden heeft veroordeelde gemiddeld 30 CD's per maand verkocht.
5 maanden * 30 CD's * f 2,- = f 300,-
Totaal f 2.100,-
rolnummer 2200511900 PO 3
Blijkens twee vonnissen in kort geding van 4 maart 1999 is veroordeelde door de president van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam terzake van hetzelfde feitencomplex veroordeeld tot betaling van f 3.000,- en f 1.000,- aan respectievelijk de Stichting Video Veilig c.s. alsmede de Stichting Stemra en de Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs van beelden geluidsdragers. De raadsman van veroordeelde heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat veroordeelde tegen genoemde vonnissen beroep heeft ingesteld. Aangezien in beroep nog geen arrest is gewezen, zijn eerdergenoemde vonnissen thans niet in kracht van gewijsde. Nu de vonnissen in kort geding echter door de president van de arrondissementsrechtbank uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard, zal het hof op basis van artikel 36e, zesde lid van het Wetboek van Strafrecht de in kort geding toegekende vorderingen van f 3.000,- en f 1.000,- in mindering brengen bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat.
Gelet op het bovenstaande is naar het oordeel van het hof geen plaats meer voor toewijzing van de vordering van het openbaar ministerie ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze vordering dient derhalve te worden afgewezen.
Toepasselijk wettelijk voorschrift
Het hof heeft gelet op de artikelen 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst af de vordering van het openbaar ministerie ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit arrest is gewezen door mrs Van Schellen, Dusamos en Van Emde Boas, in bijzijn van de griffier mr Kleijne. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 november 2000.