ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9937

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
22 juli 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R9900408
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Pieters
  • Vierhout
  • Laret
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 onder e FwArt. 73a Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming verplichtingen

X. heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Het hof heeft het verzoekschrift en de stukken van het geding beoordeeld, waaronder het openbaar verslag van de curator en een brief aan de advocaat van X.

Het hof oordeelt dat niet aannemelijk is dat X. te goeder trouw is geweest met betrekking tot het ontstaan of het onbetaald laten van de schulden. Daarnaast heeft X. niet kunnen wegnemen dat, gezien zijn verleden, er vrees bestaat dat hij zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal nakomen.

Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. Het arrest is gewezen door de kamer van het gerechtshof te 's-Gravenhage op 22 juli 1999.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Uitspraak

Het gerechtshof te 's-Gravenhage,
zesde civiele kamer,
heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:
X.,
(hierna te noemen: X. ),
wonende te P.,
appellant,
procureur : mr. W . Taekema,
Het geding
Bij verzoekschrift van 16 juni 1999 heet X. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 9 juni 1999, waarbij het verzoek tot toepassing dan de schuldsaneringsregeling is afgewezen.
Bij voormeld verzoekschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en, opnieuw recht hem alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juli 1999, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door mr. A.G.H.M. Ganzeboom, advocaat te Capelle aan den IJssel.
Beoordeling van het hoger beroep
1. X. heeft schuldsanering verzocht ten aanzien van de in de verklaring als bedoeld in artikel 285 lid 1 onder Pro e Fw genoemde schuldenlast van totaal f 3.426.939,- respectievelijk tot een totaal van f 664.597,-.
2. Gelet om de stukken van het geding en het verhandelde ter terechtzitting is het hof van oordeel dat het vonnis van de rechtbank moet werden bekrachtigd. Immers niet aannemelijk is dat X. ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden te goeder trouw is geweest. Het hof verwijst kortheidshalve naar het openbaar verslag ex artikel 73a van de Faillissementswet van 5 maart 1998 van de curator mr. K.W.H. Albert en daar diens brief van 3 juni 1999 aan mr. E.P. Breukelaar.
Bovendien heeft X. niet de vrees kunnen wegnemen die er op grond van zijn handel en wandel in het verleden is ontstaan dat hij zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen.
Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 9 juni 1999.
Dit arrest is gewezen door mrs. Pieters, Vierhout en Laret en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.