ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7436
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.E.L. Fikkers
- R.A. Zuidema
- R.J. Voorink
- Rechtspraak.nl
Ontruiming tuinhuis na afwezigheid essentiële huurovereenkomst
In deze zaak staat centraal of het gebruik van een tuinhuis door geïntimeerde kwalificeert als bruikleen of als huur. Appellant stelde dat sprake was van bruikleen zonder tegenprestatie en vorderde ontruiming na beëindiging van het gebruiksrecht. Geïntimeerde stelde zich op het standpunt dat er sprake was van huur voor vijf jaar, waarbij de tegenprestatie bestond uit het opknappen van het tuinhuis.
De voorzieningenrechter had de vordering van appellant afgewezen omdat appellant onvoldoende had onderbouwd dat geen huurovereenkomst bestond. In hoger beroep oordeelt het hof dat het op de geïntimeerde rust om zijn stelling van huur zodanig te onderbouwen dat het hof rekening moet houden met een mogelijke huurovereenkomst. Dit betekent dat de tegenprestatie voldoende concreet en bepaalbaar moet zijn.
Geïntimeerde kon echter niet aangeven welke afspraken omtrent het onderhoud en de tegenprestatie bij aanvang van het gebruik waren gemaakt. Dit ontbrak aan de essentialia van een huurovereenkomst. Daarom is geen sprake van huur en wordt de vordering tot ontruiming toegewezen. Het hof verlengt de termijn tot 28 februari 2013 en veroordeelt geïntimeerde in de proceskosten.
Uitkomst: Geïntimeerde moet het tuinhuis uiterlijk 28 februari 2013 ontruimen wegens ontbreken van een huurovereenkomst.