ECLI:NL:GHLEE:2012:BY4476
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.W. Zandbergen
- W. Breemhaar
- K.M. Makkinga
- Rechtspraak.nl
Nietigheid borgtocht wegens vervalste handtekening echtgenote en onderzoeksplicht bank
In deze zaak staat centraal de borgtochtsovereenkomst waarbij de handtekening van de echtgenote van de borgsteller was vervalst. De vrouw beroept zich op nietigheid van de borgtocht wegens het ontbreken van haar vereiste toestemming zoals voorgeschreven in artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro. De bank stelde zich op het standpunt dat zij te goeder trouw was en dat de borgtocht niet vernietigd kon worden op grond van artikel 1:89 lid 2 BW Pro. Het hof oordeelde echter dat de bank haar onderzoeksplicht had geschonden door niet te verifiëren of de echtgenote daadwerkelijk akkoord was met de borgstelling, waardoor zij niet te goeder trouw was.
De bank voerde tevens verjaring aan op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW Pro, stellende dat de echtgenote reeds vanaf oktober 2006 bekend was met de borgtocht. Het hof stelde de bank in de gelegenheid bewijs te leveren van deze stelling. Verder werd het beroep van de bank op misbruik van bevoegdheid en rechtsverwerking verworpen, mede omdat de bescherming van de echtgenoten tegen benadelende rechtshandelingen centraal staat.
Ten aanzien van de vordering wegens onrechtmatige daad wegens vervalsing van de handtekening oordeelde het hof dat de eigen schuld van de bank wegens het niet naleven van haar onderzoeksplicht meebrengt dat de man niet tot vergoeding kan worden gehouden. De borgtocht is derhalve vernietigd en de bank heeft geen belang bij verdere grief. Het hof hield de beslissing aan voor bewijslevering door de bank en stelde een procedure voor getuigenverhoor in.
Uitkomst: De borgtochtsovereenkomst is vernietigd wegens vervalste handtekening en schending onderzoeksplicht bank.