ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1245
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.W. Zandbergen
- W. Breemhaar
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Draagplicht woonlasten en gebruiksvergoeding na verbreking samenwoning en uitleg samenlevingscontract
Partijen hebben gedurende zes maanden een affectieve relatie gehad en gezamenlijk een woning gekocht met een hypothecaire lening. Zij sloten een samenlevingscontract waarin zij afspraken maakten over de kosten van de gemeenschappelijke huishouding en de verdeling van vermogensbestanddelen.
Na verbreking van de samenwoning op 24 februari 2008 ontstond discussie over de draagplicht van de woonlasten en een eventuele gebruiksvergoeding voor de woning. De rechtbank bepaalde dat de woonlasten tot 1 augustus 2008 door de geïntimeerde moesten worden gedragen en daarna ieder voor de helft.
In hoger beroep werd geoordeeld dat het samenlevingscontract geen afwijkende draagplicht voor de woonlasten na verbreking van de samenwoning bevat. Het hof bevestigde dat de woonlasten tot 1 augustus 2008 door de geïntimeerde gedragen moeten worden en daarna door partijen ieder voor de helft. Een vordering tot betaling van een gebruiksvergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hoger beroep van appellant was deels niet-ontvankelijk en het hof vernietigde een deel van het vonnis van de rechtbank met betrekking tot de woonlasten, waarna het vonnis werd bekrachtigd met verbeterde gronden. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De woonlasten tot 1 augustus 2008 zijn voor rekening van geïntimeerde en daarna dragen partijen de woonlasten ieder voor de helft; een gebruiksvergoeding wordt niet toegekend.