ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6178
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- K. Makkinga
- G. van Rijssen
- R.A. van der Pol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing geldvordering wegens onvoldoende spoedeisend belang in kort geding
In deze zaak vordert de geïntimeerde betaling van een geldvordering bestaande uit negen facturen voor boekhoudkundige diensten, waarvan de appellant de eerste twee facturen heeft voldaan en de rest onbetaald heeft gelaten. De voorzieningenrechter wees de vordering in eerste aanleg toe, maar het hof beoordeelt in hoger beroep of er sprake is van een voldoende spoedeisend belang.
Het hof overweegt dat voor toewijzing in kort geding sprake moet zijn van een spoedeisend belang, het bestaan van de vordering moet aannemelijk zijn en de belangenafweging moet het risico van onmogelijkheid tot terugbetaling meenemen. De geïntimeerde stelt dat het innen van de vordering bemoeilijkt wordt doordat de appellant zijn activiteiten heeft overgebracht naar een B.V. en dat zij het geld nodig heeft voor haar bedrijf.
Het hof oordeelt dat deze stellingen onvoldoende concreet zijn onderbouwd. Er ontbreekt een nadere toelichting waarom het innen van de vordering moeilijker is geworden en het spoedeisend belang is niet aannemelijk gemaakt. Tevens is de proceshouding van de geïntimeerde onvoldoende, met een lange vertraging in het proces. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de gevraagde voorziening af, met veroordeling van de geïntimeerde in de proceskosten.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst de gevorderde voorziening af wegens onvoldoende spoedeisend belang en veroordeelt de geïntimeerde in de proceskosten.