ECLI:NL:GHLEE:2012:BW9798
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- J.H. Kuiper
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen verstekvonnis wegens onvoldoende tegenbewijs
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis waarbij appellant verzet had ingesteld tegen een verstekvonnis. Het hof stelde vast dat de beroepstermijn was gaan lopen vanaf 18 december 2009, omdat sprake was van een daad van bekendheid met het verstekvonnis. Appellant leverde tegenbewijs in de vorm van twee korte schriftelijke verklaringen van zijn zoon, waarin werd gesteld dat de zoon telefonisch contact had gehad met het deurwaarderskantoor en dat appellant niet met e-mail kon omgaan.
Het hof oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende waren om het tegenbewijs te leveren. De verklaringen waren summier, niet nader toegelicht en boden geen verklaring over wie de e-mails had verzonden. Ook ontbrak het aan de mogelijkheid om de zoon als getuige te horen, waardoor onduidelijkheden niet konden worden opgehelderd.
Daarmee werd het verzet van appellant niet-ontvankelijk verklaard en werd het verstekvonnis bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, terwijl de vordering tot beslagkosten werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen het verstekvonnis en het vonnis wordt bekrachtigd.