ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7508

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.071.689/01
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bepaalt hoofdverblijf minderjarige bij moeder met aangepaste zorgregeling

In deze zaak stond centraal bij welke ouder de minderjarige haar hoofdverblijf moest hebben. Na een eerder tussentijds onderzoek door de raad voor de kinderbescherming, die beide ouders geschikt achtte maar het hoofdverblijf bij de moeder adviseerde, heeft het hof een zorgvuldige afweging gemaakt.

De raad had onder meer meegewogen dat de vader minder goed aansloot bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind en dat een voorgenomen verhuizing naar Leiden niet doorging. De moeder heeft een sterke emotionele band met het kind en biedt een stabiele omgeving, ondanks eerdere persoonlijke problemen. Het hof vond de emotionele beschikbaarheid en band met de moeder doorslaggevend.

Het hof besloot het hoofdverblijf bij de moeder te plaatsen, met ingang van na de helft van de zomervakantie die het kind bij de vader doorbrengt. Tevens wijzigde het hof de zorgregeling zodat het kind een weekend per veertien dagen en de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader verblijft, met duidelijke afspraken over ophaaltijden. Het hof benadrukte het belang van goed contact tussen beide ouders voor het welzijn van het kind.

Uitkomst: Het hoofdverblijf van de minderjarige wordt bij de moeder vastgesteld met een aangepaste zorgregeling voor omgang met de vader.

Uitspraak

Beschikking d.d. 15 mei 2012
Zaaknummer 200.071.689
HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante in het principaal appel,
geïntimeerde in het incidenteel appel,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.L.J.A. de Vocht, kantoorhoudende te Eindhoven,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde in het principaal appel,
appellant in het incidenteel appel,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M.R. Holthinrichs, kantoorhoudende te Groningen.
De inhoud van de tussenbeschikking van 28 juni 2011 wordt hierbij overgenomen.
Het verdere procesverloop
Na de tussenbeschikking van 28 juni 2011 is binnengekomen bij de griffie:
- een brief, met als bijlage het raadsrapport van 30 januari 2012, van 31 januari 2012 van de raad;
- een faxbericht van 15 februari 2012 van mr. De Vocht;
- een brief met bijlage van 20 maart 2012 van mr. Holthinrichs.
Het oordeel van het hof
De beoordeling
1. Tussen partijen is in geschil bij wie van hen [kind] haar hoofdverblijf moet hebben. Bij de beschikking van 28 juni 2011 heeft het hof zich onvoldoende voorgelicht geacht om een beslissing ten aanzien van het hoofdverblijf van [kind] en de vast te stellen zorgregeling te nemen en de raad verzocht te onderzoeken welk hoofdverblijf en welke zorgregeling het meest in het belang van [kind] is. Tevens heeft het hof de raad in overweging gegeven om het onderzoek uit te breiden naar een onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel.
2. Hoewel na onderzoek door de raad is gebleken dat beide ouders geschikt zijn om [kind] op te voeden, heeft de raad in zijn rapport van 30 januari 2012 geadviseerd om het hoofdverblijf van [kind] bij de moeder te bepalen. De raad heeft daarbij onder meer in aanmerking genomen dat de vader minder goed kan aansluiten bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van [kind] dan de moeder en dat hij voornemens is met haar naar Leiden te verhuizen, zodat zij zich opnieuw dient aan te passen aan een nieuwe school en omgeving, terwijl zij weer terug zal keren naar een vertrouwde omgeving en haar vroegere basisschool indien het hoofdverblijf bij de moeder wordt bepaald. Daarnaast heeft de raad geconcludeerd dat [kind] - ondanks dat zij in een loyaliteitsconflict verkeert en last heeft van de strijd tussen de ouders - op dit moment niet ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd.
3. Het hof overweegt als volgt ten aanzien van het hoofdverblijf. Gebleken is dat de vader [kind] goed heeft opgevangen in de tijd dat het met de moeder minder goed ging en zij tijdelijk niet in staat was [kind] te verzorgen en op te voeden. De vader biedt [kind] een veilig opvoedingsklimaat en is stabiel gebleken. Hij heeft een goede band met [kind]. Aan de andere kant is het hof op grond van de stukken en de behandeling ter zitting met de raad van oordeel dat de vader minder responsief en sensitief ten aanzien van [kind] is dan de moeder. Uit de stukken komt naar voren dat de vader met [kind] met name over alledaagse zaken in gesprek gaat en haar naar de buurvrouw verwijst als hij er niet uitkomt. Ter zitting is gebleken dat de vader onlangs heeft besloten dat hij in zijn huidige woonplaats zal blijven wonen. Het voornemen van de vader om met [kind] naar Leiden te verhuizen, hetgeen de raad mede in aanmerking heeft genomen bij zijn advies om het hoofdverblijf bij de moeder te bepalen, is derhalve niet meer aan de orde en zal het hof buiten beschouwing laten bij zijn beslissing. Voor het hoofdverblijf bij de moeder pleit naar het oordeel van het hof dat zij een grote emotionele band heeft met [kind] en dat zij beter in staat is aan te sluiten bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van [kind] dan de vader. De moeder kan goed naar [kind] luisteren en maakt tijd voor haar. Bovendien leeft de moeder samen met haar nieuwe partner en het halfzusje van [kind]. [kind] mist dit gezinsleven, dat haar ook voordelen biedt in haar ontwikkeling. Daar komt bij dat [kind] bij de raadsonderzoeker heeft aangegeven dat zij liever bij haar moeder wil wonen. Het hof acht de moeder daarentegen minder stabiel dan de vader, gelet op de omstandigheid dat zij enige tijd geleden wegens persoonlijke problemen niet voor [kind] kon zorgen. Dat de situatie bij de moeder thans enige tijd stabiel lijkt te zijn, maakt dit oordeel niet anders. Het hof staat dan ook voor een zeer lastige afweging waarbij het belang van [kind] een eerste overweging dient te vormen.
4. Alles overwegende, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het hoofdverblijf van [kind] in het belang van [kind] bij de moeder dient te worden bepaald. Daarbij heeft de grote emotionele band tussen de moeder en [kind] en de emotionele beschikbaarheid van de moeder voor [kind] de doorslag gegeven. Gelet op de leeftijd van [kind] en de ontwikkelingsfase waarin ze op korte termijn zal komen acht het hof deze factoren te meer van belang voor haar ontwikkeling. Het hof merkt op dat [kind] zich slechts positief zal ontwikkelen bij de moeder indien er sprake is van een goede omgang tussen de vader en [kind]. Anders dan de vader heeft gesteld, heeft het hof er op grond van de stukken en de behandeling ter zitting voldoende vertrouwen in dat de omgang tussen de vader en [kind] goed zal verlopen. Ter zitting hebben zowel de moeder als de vader verklaard dat zij nu een vrij goed contact met elkaar hebben en dat de omgang tussen de moeder en [kind] redelijk goed gaat. Wel wenst het hof te benadrukken dat de ouders eraan moeten (blijven) werken om het contact tussen hen goed te houden en de omgang tussen de vader en [kind] in het belang van [kind] zo goed mogelijk te laten verlopen.
5. Anders dan de raad ter zitting heeft geadviseerd is het naar het oordeel van het hof het meest in het belang van [kind] dat zij het huidige schooljaar bij de vader blijft wonen en tijdens of na de zomervakantie - nadat zij de helft van de zomervakantie bij de vader heeft doorgebracht - naar de moeder zal verhuizen. Op die manier heeft [kind] de gelegenheid om zich voor te bereiden op de wijziging in haar hoofdverblijf en op een redelijke wijze afscheid te nemen van haar huidige woonplaats en school.
6. De vader heeft in hoger beroep tevens verzocht om in het geval het hoofdverblijf bij de moeder wordt bepaald, de eerder door de rechtbank 's-Hertogenbosch vastgestelde omgangsregeling tussen [kind] en hem te wijzigen, in die zin dat [kind] bij hem zal verblijven een weekend in de veertien dagen alsmede de helft van de vakanties en de feestdagen, waarbij de vader [kind] op vrijdag uit school ophaalt en de moeder [kind] op zondagavond om 17.00 uur bij de vader ophaalt. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij akkoord gaat met dit verzoek, met dien verstande dat zij [kind] op zondagmiddag om 15.00 uur wenst op te halen. Aangezien de vader het eens is met de door de moeder voorgestelde ophaaltijd, zal het hof de zorgregeling wijzigen zoals de vader heeft verzocht, met dien verstande dat de moeder [kind] op zondagmiddag om 15.00 uur bij de vader ophaalt.
Slotsom
7. Op grond van het voorgaande zal het hof beslissen als na te melden.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep;
bepaalt dat het hoofdverblijf van [kind] bij de moeder zal zijn, met ingang van de dag nadat [kind] de helft van de zomervakantie bij de vader heeft doorgebracht;
wijzigt de beslissing van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 29 januari 2008 en stelt een zorgregeling tussen de vader en [kind] vast in die zin dat [kind] bij de vader zal verblijven een weekend in de veertien dagen alsmede de helft van de vakanties en de feestdagen, waarbij de vader [kind] op vrijdag uit school ophaalt en de moeder [kind] op zondagmiddag om 15.00 uur bij de vader ophaalt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. I.A. Vermeulen, voorzitter, A.H. Garos en R. Feunekes, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van
15 mei 2012 in bijzijn van de griffier.