ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7008
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.W. Zandbergen
- W. Breemhaar
- K.M. Makkinga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeging en schorsing executie in erfgenamenprocedure
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een vader en zijn dochters over de afwikkeling van een nalatenschap en de financiële afwikkeling van een schadevergoeding na het overlijden van hun moeder bij een vliegramp in 1977.
De vader, appellant, verzocht het hof om de twee procedures tussen hem en zijn dochters te voegen en de executie van het vonnis te schorsen. Het hof oordeelde dat voeging niet passend is omdat de dochters verschillende vorderingen hebben en bewust zelfstandig procederen. Wel zijn de zaken rolgevoegd om procesverloop op elkaar af te stemmen.
Met betrekking tot de schorsing van de executie overwoog het hof dat appellant onvoldoende feiten had aangevoerd die een schorsing rechtvaardigen. Het belang van de erfgenaam bij spoedige tenuitvoerlegging van het vonnis weegt zwaarder dan het belang van appellant bij behoud van de huidige situatie, mede omdat het vonnis op het gehele vermogen kan worden uitgevoerd en er geen bewijs is dat appellant financieel niet aan zijn verplichtingen kan voldoen.
Het hof veroordeelde appellant in de kosten van het incident en verwees de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voeging en schorsing van de executie af en veroordeelt appellant in de kosten van het incident.