ECLI:NL:GHLEE:2012:BW6448

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.094.710/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voeging van civiele zaken wegens connexiteit en procesafstemming

In deze civiele procedure heeft het gerechtshof Leeuwarden op 15 mei 2012 een incident tot voeging van zaken behandeld. KTK B.V. is in hoger beroep gegaan tegen een vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad en heeft verzocht om het vonnis te vernietigen en betaling te gelasten van een geldsom plus rente en kosten. Bwaste International B.V. heeft in het incident verzocht om voeging met een andere procedure tussen Rasenberg c.s. en de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Het hof heeft beoordeeld of de procedures tussen verschillende partijen kunnen worden samengevoegd, waarbij het belang van proceseconomie en het voorkomen van uiteenlopende beslissingen een rol speelt. Het hof stelde vast dat er een aanmerkelijke inhoudelijke samenhang bestaat tussen de zaken, waardoor voeging passend is.

De voeging leidt ertoe dat de vorderingen zelfstandig blijven en partijen niet automatisch partij worden in de andere zaak. De kosten van het incident worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 12 juni 2012 voor verdere procedure, waaronder uitlatingen en pleidooien.

Deze beslissing bevordert een efficiënte procesvoering en voorkomt tegenstrijdige uitspraken door samenhangende zaken te combineren zonder inhoudelijke vermenging van vorderingen.

Uitkomst: Het gerechtshof heeft het incident tot voeging van zaken toegewezen en de hoofdzaak verwezen voor verdere behandeling.

Uitspraak

Arrest d.d. 15 mei 2012
Zaaknummer 200.094.710/01
(zaaknummer rechtbank: 157722 / HA ZA 09-697)
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in het incident tot voeging wegens connexiteit in de zaak van:
KTK B.V.,
gevestigd te Almelo,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: KTK,
advocaat: mr. J.H. van den Sigtenhorst, kantoorhoudende te Zutphen,
tegen
Bwaste International B.V.,
gevestigd te Deventer,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: Bwaste,
advocaat: mr. J.R. Beversluis, kantoorhoudende te Deventer.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 2 december 2009 en 25 mei 2011 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector civiel recht, (hierna: de rechtbank).
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 8 augustus 2011 is door KTK hoger beroep ingesteld van genoemd eindvonnis van 25 mei 2011 met dagvaarding van Bwaste tegen de zitting van 4 oktober 2011.
De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt:
"(...) het vonnis door de Rechtbank Zwolle-Lelystad op 25 mei 2011 gewezen (...) tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde, te vernietigen en opnieuw rechtdoende geïntimeerde alsnog bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan appellante tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma ad € 87.760,00 (exclusief b.t.w.), te vermeerderen met een bedrag € 1.758,00 (inclusief b.t.w.) terzake buitengerechtelijke incassokosten, alsmede te vermeerderen met de wettelijke (handels-)vertragingsrente over € 87.760,00 (exclusief b.t.w.), te rekenen vanaf de dag der dagvaarding in prima, te rekenen tot aan de dag der algehele voldoening, dit alles met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van het geding, daaronder begrepen de kosten in de eerste aanleg."
KTK heeft een memorie van grieven (met producties) genomen waarvan de conclusie luidt:
"(...) het vonnis door de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 25 mei 2011 (...) gewezen, te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, geïntimeerde alsnog te veroordelen tot betaling van hetgeen appellante in prima van geïntimeerde heeft gevorderd, te vermeerderen met rente en kosten, daaronder begrepen de proceskosten in beide instantiën."
Bij memorie van antwoord tevens houdende incidentele vordering tot voeging met een andere procedure heeft Bwaste gevorderd dat de onderhavige zaak gevoegd wordt behandeld met het hoger beroep in de zaak tussen Rasenberg c.s. en de gemeente Leidschendam-Voorburg, bij het hof bekend onder nummer 200.094.714.
Bij memorie van antwoord in het incident heeft KTK zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest in het incident.
De beoordeling
in het incident
1. Het hier aan de orde zijnde incident, waarvan niet in geschil is dat het verzoek daartoe tijdig is gedaan, moet worden beoordeeld aan de hand van art. 222 Rv Pro. Hierin is bepaald -voor zover in dit geval relevant- dat de voeging kan worden gevorderd van verknochte zaken die tegelijk voor dezelfde rechter aanhangig zijn.
2. De vraag waar het in dit incident om gaat is of procedures tussen verschillende partijen kunnen worden samengevoegd, alle belangen over en weer, waaronder die van de proceseconomie, in aanmerking nemend.
3. Het hof stelt vast dat er inhoudelijk een aanmerkelijke samenhang tussen de zaken bestaat. Teneinde het procesverloop in beide zaken beter op elkaar te kunnen afstemmen en mede gelet op het belang uiteenlopende beslissingen zoveel mogelijk te vermijden, beantwoordt het hof de hiervoor geformuleerde vraag bevestigend.
4. De conclusie luidt dat de incidentele vordering zal worden toegewezen. Door de voeging blijven de vorderingen hun zelfstandigheid overigens behouden
(HR 21 november 1997, LJN: ZC2500) en wordt de partij in de ene zaak niet automatisch partij in de andere zaak (HR 21 mei 1999, LJN: ZC2904).
5. Aangezien geen der partijen kan worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij, zullen de kosten van het incident worden gecompenseerd, in die zien dat iedere partij de eigen kosten draagt.
6. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen om voort te procederen.
De beslissing
Het gerechtshof:
in het incident:
voegt de hoofdzaak met de bij het hof aanhangige zaak met nummer 200.094.714 en compenseert de kosten van dit incident, zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak:
verwijst de (hoofd)zaak naar de rol van dinsdag 12 juni 2012 voor uitlating voortprocederen (akte/pleidooi/arrest) door beide partijen.
Aldus gewezen door mrs. R.E. Weening, voorzitter, L. Groefsema en E.C. Smits, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 15 mei 2012 in bijzijn van de griffier.