ECLI:NL:GHLEE:2012:BW4745
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over beslaglegging op WAO-uitkering na echtscheiding en verdeling woningopbrengst
Partijen waren gehuwd en na ontbinding van het huwelijk werd de huwelijksgoederengemeenschap verdeeld waarbij de vrouw de voormalige echtelijke woning kreeg toegewezen met de hypotheekschuld en een verplichting tot betaling aan de man wegens overbedeling. De woning werd echter executoriaal verkocht door de bank en de opbrengst verdeeld.
De vrouw verzocht schorsing van de executie omdat zij meende dat de man geen recht meer had op verdere executie, met name beslaglegging op haar WAO-uitkering. De voorzieningenrechter wees dit verzoek af en het hof kreeg het hoger beroep voorgelegd.
Het hof stelt vast dat in executiegeschillen inhoudelijke bezwaren tegen het vonnis niet aan de orde zijn, tenzij sprake is van misbruik van bevoegdheid. De vrouw stelde dat de man misbruik maakte door beslag te leggen op haar WAO-uitkering, omdat hij zelf debet zou zijn aan de executie van de woning. Het hof oordeelt dat de feiten waarop dit berust onvoldoende vaststaan en dat uitgebreide bewijslevering niet mogelijk is in kort geding.
Daarom komt het hof niet toe aan een oordeel over misbruik van recht en bekrachtigt het het vonnis van de voorzieningenrechter, met uitzondering van de kostenveroordeling die wordt herzien zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd uitgesproken op 1 mei 2012 door het gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter, vernietigt de kostenveroordeling en bepaalt dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.