ECLI:NL:GHLEE:2012:BW4716
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering herinvesteringsreserve en opgelegde vergrijpboete
Belanghebbende, een vennootschap actief in aandelenbeheer en vastgoed, vormde over 2006 een herinvesteringsreserve na verkoop van een bedrijfscomplex. De Inspecteur weigerde deze reserve te erkennen wegens het ontbreken van een herinvesteringsvoornemen ultimo 2006 en legde een vergrijpboete op. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte belanghebbende het ontbreken van het voornemen en de boete.
Het Hof oordeelt dat het voornemen tot herinvestering bij de vennootschap moet bestaan en dat de feitelijke leiding, waaronder de gevolmachtigde A, daarbij betrokken is. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij op 31 december 2006 een herinvesteringsvoornemen had, mede omdat de verkoopopbrengst grotendeels als lening aan A werd verstrekt zonder aflossingsverplichting. Ook een morele verplichting tot vervangende bedrijfsruimte werd niet bewezen.
De Inspecteur kon niet aantonen dat belanghebbende grove schuld had aan het onterecht vormen van de reserve. Het Hof vernietigt daarom de boetebeschikking en bevestigt de overige beslissingen. De Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en belanghebbende krijgt griffierecht vergoed.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van grove schuld, overige besluiten worden bevestigd.