ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0223
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.M. Rowel - van der Linde
- K.E. Mollema
- J.H. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen naheffing griffierecht in civiele verklaringsprocedure afgewezen
In deze zaak is door JPR Advocaten namens Magistral B.V. verzet ingesteld tegen een door de griffier geheven griffierecht van € 1.815,-. JPR voerde aan dat het griffierecht ten onrechte was vastgesteld, omdat het zou gaan om een vordering van onbepaalde waarde in een verklaringsprocedure op grond van artikel 477a lid 2 Rv.
De procedure betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter Zwolle-Lelystad, waarbij Magistral werd veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 37.946,39 aan Achmea Retailbank N.V. JPR stelde dat de vordering in hoger beroep een vordering van onbepaalde waarde zou zijn, waardoor het griffierecht lager had moeten zijn.
Het hof oordeelt echter dat de vordering in hoger beroep erop gericht is het bestreden vonnis te vernietigen en de inleidende vordering van Achmea alsnog af te wijzen. Daarmee is de vordering niet van onbepaalde waarde. Het feit dat de vordering in eerste aanleg op artikel 477a lid 2 Rv is gebaseerd, doet hieraan niet af. Het griffierecht is dan ook terecht geheven op basis van de waarde van de vordering van € 37.946,39.
De slotsom is dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Het griffierecht van € 1.815,- blijft dus verschuldigd.
Uitkomst: Het verzet tegen de naheffing van griffierecht van € 1.815,- wordt ongegrond verklaard.