ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0217
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.M. Rowel - van der Linde
- K.E. Mollema
- J.H. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzet tegen naheffing griffierecht na schadevergoeding
In deze zaak is Achmea geconfronteerd met een naheffing van €3.342,- aan griffierecht na een veroordeling tot schadevergoeding van €121.899,39 aan [geïntimeerde]. Achmea maakte bezwaar tegen deze naheffing en voerde aan dat alleen bij eiswijziging conform art. 12 Wgbz Pro naheffing mogelijk is en dat de naheffing in strijd is met rechtszekerheid.
Het hof oordeelt dat het verzet beoordeeld moet worden aan de hand van de overgangsbepalingen van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz). De eiswijziging in hoger beroep leidde tot een hogere griffierechtverplichting van €4.875,-, maar deze verhoging was niet in rekening gebracht. De griffier hoefde dit niet te voorzien omdat de eiswijziging niet duidelijk uit de processtukken bleek.
Hoewel de naheffing op grond van art. 2 lid 5 Wtbz Pro ten onrechte werd toegepast, leidt dit niet tot voordeel voor verzoekers. De som van de naheffing en het eerder geheven griffierecht blijft lager dan het verschuldigde bedrag volgens art. 2 lid 4 Wtbz Pro. De rechtszekerheid verhindert een verdere naheffing. Het hof verklaart het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het verzet tegen de naheffing van griffierecht van €3.342,- wordt ongegrond verklaard.