ECLI:NL:GHLEE:2012:BV6709
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P.L.R. Wefers Bettink
- M.F.J.N. van Osch
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt proeftijd in arbeidsovereenkomst ondanks doorhaling in contract
In deze civiele zaak stond centraal of tussen partijen een proeftijd van twee maanden was overeengekomen. De werknemer stelde dat de proeftijdbepaling in zijn arbeidsovereenkomst was doorgestreept en dat daardoor geen proeftijd gold. De werkgever verwees naar de toepasselijke CAO waarin een proeftijd van twee maanden is opgenomen en algemeen verbindend is verklaard.
De kantonrechter had in eerste aanleg geoordeeld dat de proeftijd rechtsgeldig was overeengekomen. De werknemer voerde in hoger beroep aan dat de kantonrechter onterecht bewijsmateriaal had gewogen en het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:652 BW Pro had miskend. Het hof overwoog dat de CAO als schriftelijke regeling geldt en dat de proeftijd daardoor ambtshalve van toepassing is.
Hoewel de werknemer zich beroept op het doorhalen van de proeftijdbepaling in het contract, ligt de bewijslast bij hem om aan te tonen dat daadwerkelijk geen proeftijd is overeengekomen. De werkgever mag tegenbewijs leveren door getuigen te horen. Het hof gelastte een comparitie en getuigenverhoor om dit tegenbewijs te beoordelen.
Het arrest bevestigt dat de proeftijd van twee maanden geldt op grond van de CAO en dat het doorhalen in het contract niet zonder meer leidt tot het vervallen van de proeftijd. De procedure wordt aangehouden voor bewijslevering en nadere beoordeling.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de proeftijd van twee maanden geldt op grond van de CAO en staat tegenbewijs door de werkgever toe.