ECLI:NL:GHLEE:2012:BV3468
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning minderjarige op grond van dwaling over vaderschap
In deze civiele zaak stond de vernietiging van de erkenning van een minderjarige centraal, omdat de man door een DNA-test ontdekte dat hij niet de biologische vader was. Zowel de man als de vrouw hadden bij de rechtbank verzocht om vernietiging van de erkenning op grond van dwaling, maar dit verzoek werd afgewezen.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de man voorafgaand aan de erkenning geen vermoeden had dat hij niet de biologische vader was. De man had jarenlang als vader voor het kind gezorgd, maar zag in dat voortzetting van de juridische band niet in het belang van het kind was vanwege de spanningen tussen partijen. De vrouw steunde het verzoek omdat zij wilde dat het kind erkend kon worden door de biologische vader of haar huidige partner.
Het hof wees verzoeken tot wijziging van de bijzondere curator af en oordeelde dat er sprake was van dwaling aan de zijde van de man. Gezien het belang van het kind werd de erkenning vernietigd. Het verzoek van de vrouw werd vanwege gebrek aan belang niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door de man wordt vernietigd wegens dwaling over het vaderschap.