ECLI:NL:GHLEE:2012:BV1109
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Berekening en vaststelling bijdrage in kosten verzorging en opvoeding minderjarige bij verbroken relatie
Uit een verbroken relatie tussen de man en de vrouw is een minderjarige geboren. De vrouw heeft het eenhoofdig gezag over het kind. De rechtbank had eerder bepaald dat de man €361,50 per maand aan kinderalimentatie moest betalen. De man ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om een lagere bijdrage.
Het hof stelde vast dat partijen niet langdurig samenwoonden, waardoor de behoefte van het kind berekend moest worden op basis van het netto besteedbaar inkomen van beide ouders, gemiddeld volgens de Tremanormen. De vrouw ontkende haar inkomen uit een uitkering vanwege vermeend handelen van de man, maar het hof hield rekening met haar werkelijke netto inkomen van circa €1.037 per maand.
De man had een bruto jaarinkomen van circa €43.598 in 2010, gelijk aan 2009. Zijn draagkracht werd berekend op €1.194 per maand, waarbij zijn woonlasten deels werden gedeeld met zijn huidige echtgenote die naar het oordeel van het hof in staat is in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Schuldenaflossingen werden niet meegenomen wegens onvoldoende onderbouwing. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €229 per maand, waartegenover de draagkracht van de man stond.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding betrof en stelde de bijdrage vast op €229 per maand met ingang van 22 maart 2010. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind is vastgesteld op €229 per maand vanaf 22 maart 2010.