ECLI:NL:GHLEE:2011:BU8975
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.W. Beversluis
- I.A. Vermeulen
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bepaalt hoofdverblijfplaats kinderen bij vader en bevordert maximale zorgregeling met moeder
De ouders zijn in 2000 gehuwd en gingen begin 2008 feitelijk uit elkaar. Sindsdien woonden de kinderen aanvankelijk bij de moeder, later bij de vader. De ouders voerden jarenlang een juridische strijd over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun vier minderjarige kinderen.
De rechtbank had in februari 2011 het hoofdverblijf bij de moeder vastgesteld met een zorgregeling voor de vader. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het hof het hoofdverblijf bij hem vast te stellen met een zorgregeling voor de moeder. Diverse rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Drenthe speelden een rol, waaronder een forensisch psychologisch onderzoek van Chateau.
Het hof oordeelde dat de kinderen gezien hun situatie niet direct bij de moeder kunnen wonen, mede vanwege bezwaren van de oudste en problemen bij de moeder thuis. De kinderen hebben het goed bij de vader en ontwikkelen zich naar behoren. Daarom bepaalt het hof het hoofdverblijf bij de vader.
Het hof benadrukt het belang van een maximale zorgregeling met de moeder en draagt de Raad voor de Kinderbescherming op dit te onderzoeken en te adviseren. De neutraliteit van BJZ wordt kritisch besproken. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en houdt verdere beslissingen aan tot het advies is ontvangen.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen wordt bij de vader vastgesteld en de Raad voor de Kinderbescherming wordt opgedragen een maximale zorgregeling met de moeder te onderzoeken en te adviseren.