ECLI:NL:GHLEE:2011:BU8236
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.E.L. Fikkers
- H. de Hek
- D.J. Buijs
- Rechtspraak.nl
Ongeldigheid proeftijdsbeding wegens ontbreken schriftelijke instemming werknemer
De appellant trad op 1 februari 2011 in dienst bij Woodbrookers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar. Woodbrookers stelde dat een proeftijd van één maand was overeengekomen, bevestigd in een brief van 31 januari 2011, maar deze brief was niet door de werknemer ondertekend. De werknemer maakte bezwaar tegen het salaris en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd wegens vermeend onvoldoende functioneren.
In eerste aanleg wees de kantonrechter de vordering af omdat zij oordeelde dat een geldig proeftijdsbeding was overeengekomen. Het hof stelde in hoger beroep vast dat de bewijslast voor het proeftijdsbeding bij de werkgever ligt en dat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 BW Pro strikt moet worden toegepast ter bescherming van de werknemer. Omdat de werknemer niet schriftelijk heeft ingestemd met het proeftijdsbeding en er geen bewijs is van mondelinge overeenstemming, kan niet worden uitgegaan van een geldig proeftijdsbeding.
Het hof acht voorshands aannemelijk dat de werknemer recht heeft op de gefixeerde schadevergoeding van 11 maanden loon, maar matigt het voorschot tot € 8.000 bruto. Woodbrookers wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering toe door Woodbrookers te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 8.000 bruto wegens ongeldig proeftijdsbeding.