ECLI:NL:GHLEE:2011:BU3004

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
1 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.060.967/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis tot betaling voor geleverde potten ondanks betwisting beschadiging en prijs

In deze zaak stond centraal de koop en levering van potten door geïntimeerde aan appellante, waarbij appellante de betaling van de factuur betwistte. Vast stond dat partijen een koopovereenkomst waren aangegaan en dat de potten waren geleverd en ontvangen, met een factuur van € 2.106,03. Appellante stelde dat de geleverde potten beschadigd waren en dat de factuurprijs veel hoger was dan de vooraf afgesproken richtprijs van circa € 600.

Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende had onderbouwd welke potten beschadigd waren en in welke mate, waardoor niet aan haar stelplicht was voldaan. Ook kon zij niet aannemelijk maken waarom zij een factuur van ruim € 2.100 zou accepteren terwijl zij slechts een richtprijs van € 600 had verwacht. Het bewijsaanbod van appellante werd daarom gepasseerd.

Verder werd het bewijsaanbod van geïntimeerde betreffende het terugnemen van foutief geleverde potten eveneens gepasseerd, omdat niet was gebleken dat er meer potten dan de reeds gecrediteerde waren teruggenomen.

De grieven van appellante faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarbij appellante werd veroordeeld tot betaling van de koopprijs en de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante tot betaling van de koopprijs en de kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

Arrest d.d. 1 november 2011
Zaaknummer 200.060.967/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. G.A. de Boer, kantoorhoudende te Meppel,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiser,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss, kantoorhoudende te Harderwijk.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 12 oktober 2010 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
Ingevolge voormeld tussenarrest heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Het ter zake opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.
Vervolgens heeft [appellante] de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
De vaststaande feiten
1. Als niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd, weersproken, merkt het hof voor zover relevant voor de beoordeling van het geschil, de volgende feiten als vaststaand aan.
1.1. [geïntimeerde] heeft een eenmanszaak waarbinnen hij zich bezig houdt met de koop-en verkoop van bloemisterijartikelen.
1.2. [appellante] heeft begin april 2009 bij [geïntimeerde] diverse potten, baskets en vazen besteld (hierna te noemen: de potten).
1.3. Op 4 april 2009 zijn door [geïntimeerde] bij [appellante] potten afgeleverd voor een bedrag van € 2.106,03. [appellante] heeft getekend voor ontvangst.
1.4. Op 6 april 2009 heeft [geïntimeerde] een tweetal dozen met potten teruggenomen. De factuur is daarvoor gecrediteerd voor een bedrag van € 143,28.
1.5. [appellante] heeft het na creditering resterende bedrag van € 1.962,75 onbetaald gelaten.
De grieven
2. De grieven richten zich in de kern genomen alle tegen de toewijzing door de rechtbank van de vordering van [geïntimeerde]. Zij lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
3. [appellante] stelt niet tot betaling te zijn gehouden nu er niet conform het door haar bestelde is geleverd. Er waren meerdere potten beschadigd en het totaalbedrag van de factuur lag ver boven het bedrag van € 600,-- dat [geïntimeerde] als richtprijs had gegeven. [geïntimeerde] heeft toegezegd alle foutief geleverde potten weer op te halen, maar is die afspraak niet nagekomen.
4. [geïntimeerde] betwist dat is overeengekomen dat voor een bedrag van ongeveer
€ 600,-- aan potten zou worden geleverd. [geïntimeerde] heeft de order overeenkomstig plaatsing door [appellante] uitgeleverd. [appellante] heeft voor ontvangst getekend en daarbij kennis kunnen nemen van het vermelde bedrag. Voorts heeft [appellante] aan de afgeleverde partij kunnen zien dat het ging om een behoorlijke hoeveelheid. Op het daartoe strekkende verzoek van [appellante] heeft [geïntimeerde], teneinde haar tegemoet te komen, een tweetal dozen terug genomen. De potten waren goed verpakt en niet beschadigd.
5. Het hof overweegt met betrekking tot het geschil het volgende.
Als uitgangspunt dient te gelden dat, nu vaststaat dat tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen, [geïntimeerde] als verkoper potten heeft geleverden [appellante] voor de ontvangst daarvan heeft getekend, [appellante] in beginsel is gehouden tot betaling van de koopprijs van de afgenomen waar. Dit is slechts anders, indien [geïntimeerde] niet conform de overeenkomst zou hebben geleverd. De stelplicht en de bewijslast van een dergelijk bevrijdend verweer liggen op de weg van [appellante].
De beschadigde potten
6. Naar het oordeel van het hof is hetgeen [appellante] ter betwisting van de vordering van [geïntimeerde] heeft gesteld onvoldoende onderbouwd, nu [appellante] volstaat met de blote stelling dat “meerdere potten beschadigd waren,” maar nalaat te onderbouwen van welke aard en omvang de gebreken zouden zijn. Nu derhalve op dit punt al niet aan de stelplicht is voldaan komt het hof aan bewijslevering niet toe. Aan het door [appellante] aangeboden bewijs zal het hof dan ook voorbij gaan.
7. Overschrijding van de “richtprijs” van € 600,--
Het is het hof niet duidelijk waarom [appellante] haar paraaf zet op een factuur ten bedrage van € 2.106,03 als zij meent een bedrag van om en nabij € 600,-- te zijn overeengekomen. [appellante] heeft daarvoor noch in de stukken, noch ter comparitie van partijen een aannemelijke verklaring gegeven, hetgeen zonder meer op haar weg had gelegen. Nu zij derhalve ook op dit punt onvoldoende heeft gesteld zal het hof het daarop betrekking hebbende bewijsaanbod passeren.
8. Terugnemen van foutief geleverde potten
In het licht van het hiervoor onder 6 en 7 overwogene kan het hof op dit punt kort zijn. Nu [appellante] is tekortgeschoten in haar stelplicht met betrekking tot de te veel geleverde en beschadigde potten en daarvan ook overigens niet is gebleken, zal het hof aan het bewijsaanbod dat [geïntimeerde] zou hebben toegezegd de "foutief " geleverde potten terug te nemen voorbijgaan. Het hof merkt daarbij nog op dat het, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet vermag in te zien waarom [geïntimeerde], anders dan de onder rechtsoverweging 1.4 genoemde potten, nog meer of andere potten zou terugnemen. De door [appellante] bij memorie van grieven in het geding gebrachte brieven van 8 april, 22 april en 1 mei 2009 (produktie 3, 5 en 6) maken dit niet anders.
De slotsom.
9. De grieven falen. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van [appellante] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (tarief I, twee punten).
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op € 263,-- aan verschotten en € 1.264,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, voorzitter, K.M. Makkinga en R.E. Weening, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 1 november 2011 in bijzijn van de griffier.