ECLI:NL:GHLEE:2011:BU2068
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.F.C. Spek
- J. Huiskes
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek aanvullende pensioenpremies in inkomstenbelasting
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de door haar betaalde aanvullende pensioenpremies als negatief loon of als persoonlijke verplichting/uitgaven voor inkomensvoorziening in aftrek genomen moesten worden op het belastbare inkomen. De Inspecteur had deze aftrek geweigerd omdat de pensioenovereenkomsten geen relatie legden met diensttijd en beloning en omdat de pensioenovereenkomst niet met een erkend verzekeringsbedrijf was afgesloten.
Het hof stelde vast dat de pensioenbrief uit 1990 alleen aanspraken aan echtgenoot A toekende en dat voor belanghebbende zelf alleen aanvullende pensioenovereenkomsten bestonden die niet voldeden aan de wettelijke eisen voor aftrek. Het hof verwees naar een eerdere uitspraak waarin soortgelijke overeenkomsten werden afgewezen omdat zij niet voldeden aan artikel 11, lid 3, Wet LB 1964.
Verder oordeelde het hof dat C bv niet als verzekeringsbedrijf kon worden aangemerkt, waardoor de premies ook niet als persoonlijke verplichting of uitgave voor inkomensvoorziening aftrekbaar waren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Inspecteur vertrouwen had gewekt.
Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 25 oktober 2011.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de aftrek van de aanvullende pensioenpremies door belanghebbende terecht is geweigerd.