ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7512
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatige hinder door Duits windmolenpark en schadevergoeding
In deze civiele procedure vorderen de eigenaren van een woning nabij de Duitse grens schadevergoeding wegens hinder veroorzaakt door een windmolenpark bestaande uit 17 windmolens. De exploitant, REG, betwist aansprakelijkheid en stelt dat zij het park per 7 september 2001 heeft overgedragen aan een andere rechtspersoon. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat REG haar ontvankelijkheidsverweer had ingetrokken.
Het hof stelt vast dat REG haar verweer niet heeft prijsgegeven en dat het onduidelijk is of de windmolens tot 7 september 2001 in werking waren en dus hinder veroorzaakten. Daarom wordt de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten over de exploitatieperiode en de omvang van de schade.
Het hof oordeelt verder dat REG niet aansprakelijk is voor geluidshinder veroorzaakt na overdracht, omdat zij het park niet exploiteert en er onvoldoende bewijs is dat zij samen met anderen het park exploiteert. Ook het beroep op groepsaansprakelijkheid faalt omdat geen sprake is van deelname aan een gezamenlijke onrechtmatige daad.
De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van nadere akten en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof vernietigt het tussenvonnis over niet-ontvankelijkheid en houdt de zaak aan voor nadere stukken over exploitatie en schade.