ECLI:NL:GHLEE:2011:BT5839

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
9 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
107.001.090/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.2 procesreglementArt. 2.22 procesreglementArt. 134 lid 3 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering depot video en akte wegens niet tijdige kennisgeving en onduidelijke ondertekening

In deze civiele procedure bij het Gerechtshof Leeuwarden verzochten de geïntimeerden om tijdens het pleidooi een video te vertonen en een akte te deponeren. Het hof weigerde de vertoning van de video tijdens het pleidooi omdat deze niet tijdig, namelijk minimaal 14 dagen vooraf, aan de wederpartij was bekendgemaakt. Bermeltec B.V., de appellant, maakte bezwaar tegen de vertoning van de video.

Na intrekking van het pleidooi door geïntimeerden wilden zij de video alsnog bij akte ter griffie deponeren. Het hof weigerde het depot van de akte vanwege de omvang, onduidelijke ondertekening door een niet nader genoemde kantoorgenoot en het ontbreken van een deugdelijke toelichting. Tevens waren meerdere nieuwe producties aan de akte gehecht, waarvan een verbeterde versie was aangekondigd.

Het hof besloot geen aandacht te schenken aan de gedeponeerde stukken en verwees de zaak naar de rol voor verdere behandeling. Tevens werd gewezen op het feit dat een advocaat die niet in Nederland is ingeschreven niet het woord mag voeren tijdens de zitting, hetgeen ook tot discussie leidde.

De beschikking werd uitgesproken door de kamer voor burgerlijke zaken van het Gerechtshof Leeuwarden op 9 augustus 2011, waarbij de zaak werd verwezen naar een volgende roldatum voor verdere behandeling.

Uitkomst: Het hof weigert het depot van de video en de akte wegens niet tijdige kennisgeving, onduidelijke ondertekening en onvoldoende toelichting.

Uitspraak

Arrest d.d. 9 augustus 2011
Zaaknummer 107.001.090/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Beschikking van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
Bermeltec B.V.,
gevestigd te Hilversum,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Bermeltec B.V.,
advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudend te Leeuwarden
tegen
1. [geïntimeerde 1],
wonende te [woonplaats],
2. [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers en reconventie,
hierna gezamenlijkte noemen: [geïntimeerden],
advocaat: mr. G.A. Pots, kantoorhoudend te Leeuwarden
Aanleiding tot deze beschikking is het door [geïntimeerden] gedane verzoek om depot van digitale gegevensdragers met video-informatie en om een akte te mogen nemen.
Rechtsoverwegingen
1. De onderhavige zaak is sinds 14 juni 2006 bij dit hof aanhangig en er zijn meerdere tussenarresten gewezen, enquêtes gehouden en memories genomen. Op de rolzitting van 10 mei 2011 werd de zaak geplaatst voor fourneren. Gelijktijdig verzochten [geïntimeerden] om pleidooi. Na opgave verhinderdata heeft het hof pleidooi bepaald op 21 juli 2011 te 10:30 uur.
2. In een H-16 formulier van 1 juli 2011 vraagt de advocaat van [geïntimeerden], mr. G.A. Pots, of het hof bezwaar heeft tegen het ter zitting pleiten door
mr. G. de Hoogd, advocaat te Aruba. Op 5 juli 2011 heeft de griffier telefonisch laten weten dat het hof daartegen bezwaar heeft omdat mr. G. de Hoogd in Nederland niet als advocaat staat ingeschreven. [geïntimeerden] mogen zelf hun zaak bepleiten dan wel dit laten doen door een in Nederland ingeschreven advocaat.
3. In een H-16 formulier van 8 juli 2011 deelt mr. Pots het hof mee dat een getekende volmacht door [geïntimeerden] aan mr. De Hoogd wordt overgelegd en dat [geïntimeerden] tijdens het pleidooi een video willen vertonen. Bijgevoegd zijn: een ongetekende "volmacht ex artikel 134 lid 3 Rv Pro" en twee producties (een e-mailbericht van 12 maart 2006 van Bos aan [geïntimeerden] en een foto).
4. Bij brief van 12 juli 2011 heeft het hof het telefoongesprek van 5 juli 2011 schriftelijk bevestigd en meegedeeld dat het mr. De Hoogd vrij staat ter zitting te verschijnen, maar dat hij niet het recht heeft het woord te voeren of proceshandelingen te verrichten.
5. In een H-16 formulier van 15 juli 2011 schrijft de advocaat van Bermeltec B.V.,
mr. J.V. van Ophem:
Cliënte is niet bekend met een video en heeft uiteraard ter gelegenheid van het pleidooi geen mogelijkheden de waarde van bedoelde video te beoordelen en/of nader onderzoek naar de herkomst van de video te doen. Gelet op het vorenstaande en gezien het feit dat de video niet ten minste 14 dagen voor de datum van het pleidooi is overgelegd (conform het rolreglement), maak ik namens cliënte, Bermeltec B.V. bezwaar tegen het vertonen van de video ten pleidooie.
6. Het hof heeft partijen telefonisch meegedeeld dat vertoning van de video ter zitting niet zal worden toegestaan nu het hof noch Bermeltec B.V. daarvan vooraf kennis hebben kunnen nemen.
7. Bij H-16 formulier van 18 juli 2011 heeft mr. Pots een uitgebreide brief van mr. De Hoogd overgelegd waarin deze betoogt dat hem dient te worden toegestaan namens [geïntimeerden] te pleiten. Bij brief van 18 juli 2011 heeft het hof laten weten geen aanleiding te zien terug te komen op zijn standpunt.
8. Bij H-16 formulier van 19 juli 2011 heeft mr. Pots meegedeeld:
Namens mijn opdrachtgever bericht ik u hierbij dat ik het pleidooi intrek. Ik verzoek u de zaak te verwijzen naar de rol voor het nemen van een akte tevens akte depot.
9. Het hof heeft de zaak verwezen naar de rol van 2 augustus 2011 voor beraad. Op die roldatum heeft Bermeltec B.V. bezwaar gemaakt tegen het nemen van een nadere akte en het depot en het hof gevraagd zijn beslissing dienaangaande mee te delen.
10. Het hof heeft daarmee te beslissen op de toelaatbaarheid van de akte en het depot. Nu het procesreglement (art. 2.22) partijen ongeclausuleerd de mogelijkheid biedt voorwerpen ter griffie te deponeren zal het door [geïntimeerden] gewenste depot worden toegestaan. De griffie zal van het depot een akte opmaken, die aan het griffiedossier toevoegen en in kopie aan partijen ter beschikking stellen. Het hof zal aan de gedeponeerde zaak als bewijsmiddel echter geen aandacht schenken om in het navolgende te noemen reden.
11. Ten aanzien van de akte die [geïntimeerden] willen nemen overweegt het hof het volgende. De omvang van dit door een niet nader genoemde kantoorgenoot van mr. Pots ondertekende processtuk, dat is gesteld op briefpapier van het Arubaanse advocatenkantoor van mr. De Hoogd is niet een korte mededeling (art. 1.2. onder g procesreglement) maar een meerdere bladzijden omvattend betoog door
[geïntimeerden], terwijl bij overlegging daarvan reeds is aangekondigd "dat een verbeterde versie volgt". Aan de akte zijn voorts meerdere nieuwe producties gehecht. Het hof zal daarom geen aandacht schenken aan de door [geïntimeerden] gedeponeerde voorwerpen, nu deugdelijke toelichting daarop niet op juiste wijze in het proces is gebracht.
Beslissing
Het gerechtshof
weigert de akte door [geïntimeerden] op de rolzitting van 2 augustus 2011 genomen akte en verwijst de zaak naar de rol van 16 augustus 2011 voor fourneren door beide partijen, waarna arrest zal worden bepaald.
Deze beschikking is gewezen door mrs. K.E. Mollema, J.H. Kuiper en G. van Rijssen en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 9 augustus 2011 in bijzijn van de griffier.