ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2894
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P. van der Wal
- E. Polak
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ondernemerschap en aftrekposten inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende was in 2004 actief als depothouder en bezorger van kranten en huis-aan-huisbladen en voerde deze activiteiten in eigen naam uit. Hij stelde zich op het standpunt dat hij als ondernemer moest worden aangemerkt en daardoor recht had op zelfstandigen- en startersaftrek, mits voldaan werd aan het urencriterium. Tevens vorderde hij aftrek van rente over zijn studielening als persoonsgebonden aftrek.
De Inspecteur kwalificeerde de inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden en weigerde de aftrekposten. De Rechtbank Leeuwarden wees het beroep van belanghebbende af, wat leidde tot hoger beroep bij het Hof. Het Hof onderzocht de aard van de activiteiten aan de hand van factoren zoals duurzaamheid, omvang, winstverwachting, ondernemersrisico en het spraakgebruik.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van ondernemerschap. Met name het ontbreken van ondernemersrisico en het ontbreken van een duidelijke externe profilering waren doorslaggevend. Ook de door belanghebbende gevraagde aftrek van studieleningsrente werd afgewezen, omdat de wet dit niet toestaat voor studieleningen onder de Wet Studiefinanciering. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde.
Het Hof bevestigde de aanslagen en de heffingsrente, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 12 juli 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en premie ziekenfondswet worden bevestigd.