ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6270
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Cessie niet effectief door mededeling na faillissement; geen eigen vordering aandeelhouder wegens vermogensschade
Partijen onderhandelden in 2003 over de overname van een jachthaven geëxploiteerd door een BV waarvan appellant bestuurder en aandeelhouder was. Na het afbreken van de onderhandelingen ontstond een geschil over de geldigheid van een cessie van vorderingen van de BV aan appellant, mede vanwege het faillissement van de BV in 2006.
Het hof stelde vast dat de mededeling van de cessie aan de wederpartij pas na het faillissement had plaatsgevonden, waardoor de cessie niet rechtsgeldig was. Hierdoor kon appellant geen rechten uit de cessie tegen de wederpartij doen gelden.
Verder oordeelde het hof dat appellant onvoldoende had gesteld om aan te tonen dat tussen hem persoonlijk en de wederpartij een koopovereenkomst tot stand was gekomen. Ook kon appellant geen eigen vordering instellen voor vermogensschade aan zijn aandelen, aangezien volgens de Poot-ABP norm alleen de vennootschap zelf schadevergoeding kan vorderen.
De grieven van appellant faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De cessie is niet geldig verklaard en appellant kan geen eigen vordering instellen; het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.