ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6239
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gezagsvoorziening en omgangsregeling bij biologische ouders en stiefouder na scheiding
In deze zaak staat de gezagsvoorziening en omgangsregeling over twee minderjarige kinderen centraal, waarbij de vader en moeder beiden gezamenlijk gezag wensen, terwijl ook de moeder en stiefvader gezamenlijk gezag nastreven. Het hof bevestigt dat gezamenlijk gezag van de biologische ouders prioriteit heeft, zeker wanneer de niet-gezagshebbende ouder een omvangrijke omgangsregeling heeft.
De omgangsregeling is grotendeels onbetwist, met afspraken over vakanties, feestdagen en weekenden. Wel blijft onenigheid bestaan over de verjaardagen van de kinderen, waarbij het hof beslist dat de verjaardagen volgens de reguliere omgangsregeling worden gevolgd.
Vanwege de complexe situatie en verontrustende signalen over de vader, waaronder beschuldigingen en communicatieproblemen, acht het hof een deskundigenonderzoek noodzakelijk. Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) wordt benoemd om de invloed van gezamenlijk gezag op de kinderen te onderzoeken.
Het hof legt de nadruk op het belang van de kinderen en stelt dat de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van de rijksoverheid komen. De beslissing over het gezag wordt aangehouden totdat het rapport van de deskundige beschikbaar is, waarbij ook een raadsheer-commissaris toezicht houdt op het onderzoek.
Uitkomst: Het hof stelt de omgangsregeling vast en gelast een deskundigenonderzoek naar de gezagsvoorziening, waarbij gezamenlijk gezag van de biologische ouders prioriteit heeft.