ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0829
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Incasso geldvordering en uitleg opzeggingsclausule leningsovereenkomst
In deze civiele procedure staat de incasso van een geldvordering centraal, voortvloeiend uit een leningsovereenkomst van fl. 700.000,- (omgerekend circa €317.646) tussen appellanten en de overleden erflater. De lening werd gedekt door een hypotheek op een woning en bedrijfspand. De erven van de erflater vorderden betaling van een bedrag van €235.736,-, vermeerderd met rente en kosten, nadat zij de lening hadden opgezegd.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Assen wees de vordering grotendeels toe, waarna appellanten hoger beroep instelden. Het hof beoordeelde onder meer de geldigheid en uitleg van de opzeggingsclausule in de notariële hypotheekakte, waarin de erven een ongeclausuleerde bevoegdheid tot opzegging met een opzegtermijn van één maand werd toegekend. Appellanten betwistten deze uitleg, stellende dat de lening niet tussentijds kon worden opgezegd vanwege een rentevaste periode en eerdere verklaringen van de erflater.
Het hof oordeelde dat de latere notariële akte de eerdere onderhandse akte overtrof en dat de opzeggingsclausule rechtsgeldig was. Tevens was er sprake van een voldoende spoedeisend belang bij de erven vanwege fiscale verplichtingen en schulden. De vordering van de erven werd, na correctie van een klein bedrag, toegewezen tot een totaal van €227.236,-. De grieven van appellanten werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de kosten van het principaal appel. De proceskosten in het incidenteel appel werden gecompenseerd.
Uitkomst: Appellanten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €227.236,- aan de erven.