ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0666
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over werkzaamheden en opeisbaarheid van vorderingen tussen Kaan B.V. en geïntimeerde
Kaan B.V. verrichtte in 2001-2002 administratieve werkzaamheden en ondersteuning bij een boedelverdeling voor geïntimeerde. Kaan factureerde deze werkzaamheden, maar geïntimeerde betaalde niet, waarna Kaan een vordering instelde. De rechtbank wees deze vordering af wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over de opeisbaarheid.
In hoger beroep stelde Kaan dat de vordering opeisbaar was geworden na bekrachtiging van de boedelverdeling, onder meer gesteund op een brief van geïntimeerde aan een notaris. Het hof oordeelde dat Kaan onvoldoende had onderbouwd dat de boedelverdeling definitief was en dat de afspraken confraterneel waren, waardoor de vordering niet toewijsbaar was.
Geïntimeerde stelde in reconventie een schadevordering wegens onjuist advies door Kaan. Deze vordering werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het niet aantonen van tekortkomingen in de dienstverlening.
Het hof veroordeelde beide partijen in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad. Het principaal en incidenteel appel faalden en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van beide partijen af.