ECLI:NL:GHLEE:2011:BP9813
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake geldlening en toepasselijkheid artikel 3:323 lid 3 BW
In deze zaak staat een geldlening centraal waarbij de appellant zich verzet tegen de vordering van de bank, die tevens hypotheekhouder is van een onroerende zaak. Het geschil betreft onder meer de vraag of de bank misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid door te wachten met executie van de hypotheek en de toepasselijkheid van artikel 3:323 lid 3 BW Pro.
Het hof overweegt dat de bank niet in staat was om eerder tot executie over te gaan vanwege de noodzaak van een bestemmingsplanwijziging, die door de curator is gerealiseerd, wat uiteindelijk in het voordeel van de appellant was. De stellingen van de appellant over misbruik van bevoegdheid en strijd met redelijkheid en billijkheid zijn onvoldoende onderbouwd en worden verworpen.
Het incidenteel appel slaagt deels omdat de contractuele rente ten onrechte was afgewezen door de rechtbank. Het hof vernietigt dit deel van het vonnis en wijst de vordering tot betaling van contractuele rente alsnog toe. Het principaal appel wordt afgewezen en de appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de vernietiging en veroordelingen.
Uitkomst: Het hof wijst het principaal appel af en wijst het incidenteel appel deels toe voor betaling van contractuele rente.