ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3532
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling hulploon voor berging vlotten op Waddenzee na noodoproep
Op 1 augustus 2008 gingen acht personen met twee aan elkaar verbonden vlotten de Waddenzee op, met een auto en caravan als lading. Door slecht weer en het uit elkaar raken van de vlotten werd een noodoproep gedaan. De KNRM en een sleep- en bergingsbedrijf verleenden hulp en brachten de opvarenden en vlotten veilig naar de dichtstbijzijnde haven, Holwerd.
De bergingskosten werden door de opvarenden geweigerd te betalen, waarna de bergingsmaatschappij een incassoprocedure startte. De kantonrechter veroordeelde de opvarenden tot betaling van het hulploon op grond van zaakwaarneming, maar de appellanten stelden dit ter discussie in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de gehele inzet van de bergers als hulpverlening in de zin van het BW moet worden beschouwd, waardoor het recht op hulploon ontstaat. De weigering van toegang tot Ameland door de burgemeester maakte het noodzakelijk de vlotten naar Holwerd te slepen. De appellanten konden niet zelf terugvaren omdat zij zich aan boord van het reddingsvaartuig bevonden. Het hof stelde het hulploon vast op het gevorderde bedrag en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, inclusief de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellanten zijn veroordeeld tot betaling van het hulploon aan de bergingsmaatschappij en de proceskosten.