ECLI:NL:GHLEE:2010:BO5090
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over verkeerde partij gedagvaard in huurovereenkomst pand Herebinnensingel
In deze zaak staat een huurgeschil centraal waarbij Beak Vastgoed B.V. een huurovereenkomst met appellante betwist. Het hof heeft onderzocht wie daadwerkelijk contractspartij was bij de huurovereenkomst betreffende het pand aan de Herebinnensingel te Groningen.
Uit het handelsregister en getuigenverklaringen blijkt dat de onderneming aanvankelijk op naam stond van de dochter van appellante en haar ex-echtgenoot, en dat appellante pas later als ondernemer werd ingeschreven. De huurovereenkomst werd in feite gesloten met de ex-echtgenoot, die ook het aanspreekpunt was voor Beak.
Het hof oordeelt dat Beak onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij in 2005 met appellante een huurovereenkomst is aangegaan. De vorderingen van Beak tegen appellante worden daarom afgewezen. Tevens wordt Beak veroordeeld tot terugbetaling aan appellante van hetgeen zij ter uitvoering van het bestreden vonnis heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente.
De uitspraak bevestigt dat het belangrijk is om de juiste contractspartij te identificeren en dat een inschrijving in het handelsregister niet automatisch bindend is voor contractuele verplichtingen. De procedurekosten worden Beak opgelegd.
Uitkomst: De vorderingen van Beak worden afgewezen omdat appellante niet de huurder is; Beak wordt veroordeeld tot terugbetaling aan appellante.