ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4081
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.A.A.M. van Veen
- J.J. Beswerda
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan wettig gezag
De zaak betreft het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Leeuwarden waarbij verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van haar minderjarige zoon aan het wettig gezag van de vader. Het hof vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht.
Het hof stelt vast dat verdachte de omgangsregeling, vastgesteld door het gerechtshof, willens en wetens niet is nagekomen door haar zoon niet af te geven aan de vader op de vastgestelde momenten. Verdachte had de beslissende invloed op het verhinderen van omgang en handelde bewust, ondanks rechterlijke bevelen en dwangsommen. Het beroep op overmacht en noodweer(exces) wordt verworpen omdat geen sprake was van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding of psychische overmacht die haar handelen rechtvaardigde.
Het hof houdt rekening met de complexe echtscheidingsproblematiek en het belang van het kind, maar benadrukt dat verdachte een rechterlijke uitspraak heeft genegeerd. Gezien de omstandigheden legt het hof een geheel voorwaardelijke werkstraf van 60 uur op als waarschuwing en stok achter de deur. Verdachte wordt veroordeeld onder een proeftijd van twee jaar met een vervangende hechtenis van 30 dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 60 uur wegens opzettelijk onttrekken van minderjarige aan wettig gezag.