ECLI:NL:GHLEE:2010:BO3737
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.A. Zuidema
- M.E.L. Fikkers
- H. de Hek
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag na doorstart ondanks aangeboden suppletie onvoldoende
De zaak betreft het hoger beroep van een filiaalleider die na de doorstart van een gefailleerde onderneming door Bentex werd ontslagen. De werknemer was oorspronkelijk sinds 1985 in dienst, maar na faillissement en doorstart in 2005 kreeg hij een nieuw contract. Bentex vroeg ontslag aan wegens bedrijfseconomische redenen en bood een suppletie op de WW-uitkering aan.
Het hof bevestigt dat de dienstjaren voor het faillissement niet meetellen voor ontslagvolgorde en dat de functie uniek was per filiaal, waardoor het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing was. De selectie van de duurste werknemers voor ontslag is geen kennelijk onredelijke motief. Wel oordeelt het hof dat het ontslag kennelijk onredelijk is vanwege het ontbreken van adequaat flankerend beleid, mede gelet op de leeftijd van de werknemer, de duur van het dienstverband en het feit dat Bentex als opvolger van de gefailleerde werkgever geldt.
Het hof stelt dat Bentex een uitgebreider budget had moeten bieden voor inkomensaanvulling en scholing gedurende negen maanden. De aangeboden suppletie volstaat niet. Daarom wordt Bentex veroordeeld tot een schadevergoeding van € 12.750 bruto, vermeerderd met rente, en tot terugbetaling van proceskosten. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd.
Uitkomst: Het ontslag is kennelijk onredelijk en Bentex wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van € 12.750 bruto plus rente en proceskosten.