ECLI:NL:GHLEE:2010:BO0504
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen matiging boete bij niet tijdige levering onroerende zaak
In deze civiele zaak stond de niet tijdige levering van een onroerende zaak centraal, waarbij appellant een boete verschuldigd was gesteld. Appellant voerde aan dat de sommatie die door geïntimeerden was verzonden slechts bedoeld was om zijn positie jegens een derde partij, Rimag, te versterken, en poogde dit te bewijzen.
Tijdens het hoger beroep werden getuigenverklaringen gehoord, waaronder die van een verkopend makelaar en de partijen zelf. Geen van de getuigen kon bevestigen dat de sommatie uitsluitend bedoeld was om druk op Rimag uit te oefenen. De verklaringen boden geen voldoende steun aan het probandum, mede omdat partijverklaringen ontbraken en vermoedens niet als bewijs konden dienen.
Het hof concludeerde dat appellant niet geslaagd was in zijn bewijsopdracht en oordeelde dat alleen een deel van de grief gegrond was, namelijk dat de boete over dertien dagen in plaats van twaalf was berekend. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Leeuwarden voor zover het de boete betrof en veroordeelde appellant tot betaling van een bedrag van €57.078,- vermeerderd met wettelijke rente. De rest van het vonnis werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is veroordeeld tot betaling van een boete van €57.078,- vermeerderd met wettelijke rente, zonder matiging.