ECLI:NL:GHLEE:2010:BN8790
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toevertrouwing kinderen en voortgezet gebruik gezamenlijke woning na beëindiging samenleving
Partijen hadden sinds 1998 een affectieve relatie en sloten in 1999 een samenlevingscontract met bepalingen over ontbinding en voortgezet gebruik van de gezamenlijke woning. Uit hun relatie zijn drie minderjarige kinderen geboren, gezamenlijk onder gezag van partijen. De vrouw verliet in mei 2010 de gezamenlijke woning met de kinderen en ging bij haar ouders wonen.
De vrouw vorderde in kort geding de voorlopige toevertrouwing van de kinderen aan haar en het voortgezet gebruik van de gezamenlijke woning met uitsluiting van de man. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen toe. De man stelde hoger beroep in tegen deze beslissingen.
Het hof bevestigde dat de vrouw hoofdzakelijk de zorg voor de kinderen droeg en dat het belang van de kinderen was gebaat bij voortgezet verblijf in hun vertrouwde omgeving. Het hof oordeelde dat het recht van de vrouw op voortgezet gebruik van de woning beperkt is tot zes maanden na ontbinding van het samenlevingscontract, conform artikel 10 van Pro het contract en aansluitend bij de wettelijke regeling bij echtscheiding.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het de termijn van voortgezet gebruik betrof, en bepaalde dat de vrouw met uitsluiting van de man gerechtigd is tot het gebruik van de woning en inboedel totdat zij andere woonruimte heeft gevonden, met een uiterste termijn van zes maanden na ontbinding van het samenlevingscontract. De overige beslissingen van de voorzieningenrechter werden bekrachtigd. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Vrouw krijgt met uitsluiting van man voortgezet gebruik van gezamenlijke woning tot uiterlijk zes maanden na ontbinding samenlevingscontract; overige beslissingen bekrachtigd.