ECLI:NL:GHLEE:2010:BN8444
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Melssen
- Dijkstra
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting wegens samenwonen als gehuwd volgens artikel 1:160 BW
De man verzocht de rechtbank om vaststelling van het einde van zijn alimentatieverplichting jegens de vrouw, subsidiair wijziging van een eerdere beschikking. De rechtbank wees dit af, waarna de man hoger beroep instelde. De vrouw stelde incidenteel beroep in tegen de beslissing dat zij deels in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.
Het geschil betrof de vraag of de vrouw samenwoont met een ander als waren zij gehuwd, zoals bedoeld in artikel 1:160 BW Pro, en daarmee de alimentatieverplichting van de man beëindigt. Het hof onderzocht uitgebreid getuigenverklaringen, onderzoeksrapporten van recherchebureaus, e-mail- en sms-berichten, en verklaringen van buurtgenoten. De vrouw ontkende de samenwoning, maar het hof vond haar verklaringen onbetrouwbaar en niet geloofwaardig.
Het hof concludeerde dat sprake is van een duurzame affectieve relatie, samenwoning, wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding tussen de vrouw en de ander. Daarom is de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw met ingang van 1 oktober 2007 van rechtswege geëindigd. De vrouw dient de onverschuldigde betalingen vanaf die datum terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof bepaalde opnieuw dat de alimentatieverplichting is geëindigd per 1 oktober 2007. Nadere stukken die laat werden overgelegd, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met goede procesorde.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw eindigt per 1 oktober 2007 wegens samenwonen als gehuwd, en de vrouw moet onverschuldigde betalingen terugbetalen met wettelijke rente.