ECLI:NL:GHLEE:2010:BL7663
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- A.C. van Leijenhorst
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake aanslag inkomstenbelasting massagesalon 2002
In deze zaak staat centraal of de inspecteur terecht een bedrag van €6.917 als resultaat uit werkzaamheden in de massagesalon aan belanghebbende heeft toegerekend voor het jaar 2002. De inspecteur baseert zijn aanslag op een administratie van de massagesalon en verklaringen van de eigenaresse en enkele gastdames dat belanghebbende onder de werknaam H werkzaam was.
Belanghebbende betwist dat zij in 2002 werkzaamheden heeft verricht onder die werknaam, en voert aan dat zij slechts in een korte periode in 2003 werkzaam was. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur zijn bewijslast niet had voldaan en verlaagde de aanslag. De inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in.
Het hof overweegt dat de inspecteur onvoldoende schriftelijk bewijs heeft geleverd en dat verklaringen van niet nader genoemde dames onvoldoende betrouwbaar zijn. Ook de agenda van belanghebbende bevestigt dat zij buiten een korte periode in 2003 niet werkzaam was. Het hof bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.
Daarnaast veroordeelt het hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wijst het verzoek om getuigenverhoor af. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Leeuwarden op 12 maart 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.