ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ7819
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Breemhaar
- Van de Veen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in schadevergoedingsvordering na aandelenkoop
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellante recht had op schadevergoeding wegens gebreken aan onroerende zaken die toebehoorden aan een vennootschap waarvan zij aandelen had gekocht. De rechtbank had de vorderingen van appellante afgewezen, waarna zij hoger beroep instelde.
Het hof bevestigde de vaststaande feiten van de rechtbank en onderzocht of de vorderingen van appellante voldoende waren onderbouwd. Appellante stelde dat zij schade had geleden door herstelkosten van gebreken aan onroerende zaken, maar zij had onvoldoende aangetoond dat deze kosten voor haar rekening kwamen en niet voor de vennootschap.
Daarnaast was niet voldaan aan de contractuele voorwaarden voor aansprakelijkheid en was het beroep op onvoorziene omstandigheden, bedrog en dwaling niet gevolgd door een vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst. Het hof oordeelde daarom dat de vorderingen niet konden worden gedragen en verklaarde appellante niet-ontvankelijk.
De vorderingen van geïntimeerden in reconventie werden bekrachtigd. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen wegens onvoldoende onderbouwing van haar schadevergoedingsvordering.