ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4734
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Geschil over het bestaan en aftrekbaarheid van een lening in de inkomstenbelasting 1997
In deze zaak staat centraal of een lening van ƒ 600.000,-, die in de aangifte inkomstenbelasting 1997 in aftrek is gebracht, daadwerkelijk heeft bestaan. Belanghebbende stelt dat de lening wel degelijk bestond en dat de renteaftrek terecht is, terwijl de inspecteur dit ontkent op basis van informatie van Duitse en Thaise autoriteiten.
Het hof stelt vast dat belanghebbende aanvankelijk met een schuldbekentenis en een kwitantie heeft voldaan aan de bewijslast, maar dat nadere informatie van buitenlandse autoriteiten het bestaan van de lening ernstig betwijfelt. De verklaringen van de vermeende geldschieters en de onduidelijke gang van zaken maken het onaannemelijk dat de lening daadwerkelijk is verstrekt.
Daarnaast brengt belanghebbende een andere lening uit 1991 ter sprake, waarover hij rente zou hebben betaald, maar deze lening is niet eerder ingebracht in het geding en niet met bewijsstukken onderbouwd. Het hof weigert dit bewijs wegens tardiviteit en concludeert dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag wegens het ontbreken van aannemelijk bewijs voor het bestaan van de lening.